Trudie Prinsen vertelt over haar schildklierafwijking
De wetenschap dat ik altijd terecht kan voor advies, geeft een rustig gevoel.

Trudie Prinsen hield eind 2005 rekening met het ergste. Ze verloor twaalf kilo in amper zes weken, transpireerde enorm en had hartkloppingen die haar de stuipen op het lijf joegen. Het bleek ‘slechts’ te gaan om een schildklierafwijking.
‘De arts die de diagnose stelde, ging zeer zorgvuldig om met de symptomen. Hartkloppingen passen bij een te snel kloppende schildklier. Maar ik kreeg voor de zekerheid een onderzoek om vast te stellen dat het echt daaraan lag, en niet aan mijn hart zelf. Dat stelt gerust, je kunt het dan loslaten. Gelukkig was er van een levensbedreigende ziekte geen sprake. Ik werd behandeld op de afdeling Nucleaire Geneeskunde. Toevallig werk ik daar als schoonmaakster, waardoor ik de mensen goed ken.
Deze chronische aandoening heeft veel invloed op mijn leven. Ik ben een doordouwer en vind het dus lastig om rustiger te leven. Toch moet dat. Bovendien duurde het een behoorlijke tijd voor ik goed was ingesteld op de medicijnen. Het eerste middel dat ik gebruikte, zorgde voor enorme uitslag en jeuk over mijn hele lichaam. Ik heb meteen gebeld met het Radboud. Advies: onmiddellijk stoppen en morgenochtend direct langskomen. Met de huidige medicijnen gaat het gelukkig goed. Maar de wetenschap dat ik altijd terecht kan voor advies, geeft een rustig gevoel.
Ook nu nog moet ik regelmatig opnieuw bloedprikken, een pilletje erbij, een pilletje eraf. De dosis medicatie waarbij ik me goed voel, is voor mijn lichaam eigenlijk te zwaar. Inmiddels heb ik samen met de artsen een mooi evenwicht gevonden.’