Mevrouw Könning vertelt over COPD
Sinds ik mijn beperkingen aanvaard heb, voel ik weer hoe rijk ik bedeeld ben in dit leven.

“Zodra je het accepteert en hulp leert aanvaarden, is er goed te leven met COPD. Dat geldt althans voor mij”, vertelt mevrouw Könning. Ze heeft sinds 2000 longemfyseem.
“Het begon allemaal in 1991. Een bronchitis werd chronisch en de huisarts verwees me door naar het Radboud. Toen ik bij de longarts aan tafel zat, realiseerde ik me: ik zit in de molen en ik kom er niet meer uit.
Longemfyseem is niet te genezen, maar verergert alleen. Dankzij de behandeling van de longarts in het Radboud en de longtherapie die ik krijg, gaat het maar heel langzaam achteruit. Vooral in de beginjaren heb ik het moeilijk gehad. Ik wilde niet toegeven dat ik bepaalde dingen niet meer kon, wilde geen hulp vragen. Maar op een gegeven moment leer je een knopje in je hoofd omzetten: stofzuigen, ramen lappen? Kan niet, lukt niet. Een middagje weg? Dat kan gelukkig nog wel. Als ik er van tevoren maar rekening mee houd: iets langer blijven liggen ’s ochtends en rustig met de dag beginnen.
Ik kijk dus vooral naar wat ik nog wél kan: op m’n gemakje afstoffen, gaat prima. En samen met m’n zus op pad met onze scootmobiels ook. En inderdaad, soms gaat het ineens toch mis. De benauwdheid wordt dan zo erg dat ik maar één ding wil: naar Dekkerswald. De verpleging zorgt dat je zuurstof krijgt, heeft alle tijd voor je en laat je ook zelf meebeslissen over wat je wel en niet kunt. Wie zichzelf wil wassen, mag dat. Wie zich liever laat wassen, mag dat ook aangeven. Lief en geduldig, dat zijn ze.
Ze weten ook de juiste snaar te raken. Als ik over zo’n opname in de piepzak zit, doe ik dat stiekem. Aan mij merk je niets. Tot de verpleegkundige vraagt of ik bang ben. Ze voelen je haarfijn aan en dan durf je je angst ook te laten zien. En inmiddels weet ik: na een paar slechte dagen kan ik al snel met de fysiotherapeut aan de slag om na een dag of tien weer naar huis te gaan. En daar wachten allemaal lieve mensen op me. Sinds ik mijn beperkingen aanvaard heb, voel ik weer hoe rijk ik bedeeld ben in dit leven.”