UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Ton de Haan vertelt over artrose
De operatie was niet alleen een uitdaging voor mij, maar ook voor de artsen.
Ton de Haan
Toen Ton de Haan eenmaal klaar was met uitstellen, zag hij uit naar zijn knieoperatie. De eerste operatie zit er inmiddels op, de tweede ziet hij vol vertrouwen tegemoet.

“Ik was gymleraar, deed op topniveau aan atletiek en trok de hele wereld over om anderen sportief te begeleiden. Helaas zit artrose in mijn familie. Al in 1962 onderging ik mijn eerste operatie, daarna volgden er nog meer. De laatste jaren heb ik geprobeerd nieuwe ingrepen af te houden, maar op een gegeven moment red je het niet meer met wilskracht en medicatie. De pijn werd te erg. De orthopeed stuurde voorzichtig aan op het plaatsen van een knieprothese. Hij kent me al jaren en wist dat ik niet stond te springen.

Mijn vrouw en ik hadden veel vragen: welke protheses zijn er, wat kan ik daarmee, word ik ‘alleen maar’ pijnvrij of kan ik straks weer alles? Sommige patiënten griezelen misschien van al die details, maar ik wilde zoveel mogelijk weten. Het is fijn als artsen door wisselwerking met de patiënt aanvoelen voor wie algemene informatie volstaat en wie extra uitleg nodig heeft. Dat kunnen ze alleen als hun patiënt zich openstelt.

Door mijn voorgeschiedenis bleek ik een speciaal geval te zijn. Mijn knieën zijn al vaak behandeld en daarom konden de chirurgen niet zomaar even de prothese plaatsen. Na afloop kwamen ze me vertellen wat er precies was gebeurd en hoe ze creatief naar oplossingen hadden gezocht. De operatie was dus niet alleen een uitdaging voor mij, maar ook voor de artsen.

Eenmaal op de verpleegafdeling leek mijn pijnbeleving wel op de beursberichten: van hoog naar laag en weer terug. Dat overviel me een beetje, net als de koorts die ik had. Graag had ik vooraf geweten dat deze bijwerkingen hoorden bij de behandelingen. Straks, als de volgende knie aan de beurt is, weet ik dat ik daarmee rekening moet houden. Ik zag dat mijn medepatiënten ook moeite hadden met wisselende pijn. De verpleging ging daar heel zorgvuldig mee om. Dan zie je wat mensen in de zorg moeten opbrengen om hun vak goed uit te oefenen. Steeds weer luisteren, aanpassen en informeren. Ik leg mijn linkerbeen straks vol vertrouwen in de handen van het Radboud: hoe eerder, hoe beter.”
Deel deze pagina