De behandeling van NA is te verdelen in twee fasen. In de acute fase van een aanval, waarbij de pijn nog zeer hevig is, adviseren we pijnstilling met medicijnen als diclofenac of morfine. De meeste pijnstillers halen alleen het scherpe topje van de pijn af, maar kunnen de pijn niet helemaal laten verdwijnen.
Naast de pijnstilling adviseren we om minimaal twee keer per dag de bewegelijkheid in spieren en gewrichten van de schouder en arm te onderhouden (contractuurpreventie). Als u niet weet hoe dit moet, kan een fysiotherapeut u daarbij helpen. In de acute fase heeft het meestal nog geen zin om de spieren te proberen te trainen of met gewichten te oefenen. Dit leidt vaak juist tot meer klachten.
In de tweede fase (herstelfase) van een aanval, repareert het lichaam de beschadigde zenuwen. Dit herstel duurt bij NA vaak maanden tot enkele jaren. De meeste patiënten herstellen in de praktijk niet voor 100%, maar tot 80-90% van hun eerdere kunnen. Dit betekent dat de dagelijkse bezigheden wel weer gaan, maar het lastiger is geworden om bepaalde bewegingen of houdingen langer achtereen vol te houden. Als het niet lukt om een goede balans te vinden tussen wat het lichaam kan en moet doen, ontstaan bij veel patiënten pijnklachten in de schouder, nek en arm na het belasten. Vaak merkt u dit pas tegen het einde van de dag of 's avonds. Deze pijnklachten kunnen net zo hevig en hardnekkig zijn als de pijn in het begin, alhoewel de aard van de pijn meestal anders is (meer brandend, minder scherp).
Bij aanhoudende klachten is het zinvol advies te krijgen van een revalidatiearts, die samen met de fysiotherapeut of ergotherapeut een behandelplan kan opzetten. In het UMC St Radboud is sinds begin 2009 een speciaal spreekuur voor revalidatiebehandeling en onderzoek opgezet, de zogenaamde Plexuspoli.