Dat bloed kan stollen is bekend: denk maar aan een korstje op een wondje. Ook ín de bloedvaten kan het bloed stollen onder bijzondere omstandigheden. In de bloedvaten ontstaan dan bloedpropjes. Dit heet trombose. Zonder behandeling kan de bloedprop zo groot worden dat het bloedvat verstopt raakt. Er kan dan geen bloed meer door de aders stromen. Of de bloedprop raakt los van de wand en schiet door naar de longen. In het laatste geval spreken we van een longembolie.
Oorzaak en verschijnselen
Trombose ontstaat meestal in de dieper liggende aders. Artsen noemen dit diep veneuze trombose. Diep veneuze trombose komt vooral voor in de aders van de benen en het bekken. De stollingen beginnen in de kuit en kunnen zich uitbreiden naar het bovenbeen. Het been doet pijn, zwelt op en wordt rood. Een gevaarlijke complicatie bij trombose is een longembolie. Daarbij schiet een stukje stolsel los dat via de bloedbaan in de longen terechtkomt.
Er zijn ook nog andere vormen van trombose. Trombose in de oppervlakkige aders heet tromboflebitis.