Direct na een TIA bestaat een verhoogde kans op herhaling, en op een herseninfarct (beroerte). Om te voorkomen dat een bloedvat opnieuw dicht gaat zitten, krijgt u medicijnen voorgeschreven die de werking van bloedplaatjes beïnvloeden (zoals aspirine).
Bij sommige patiënten onstaan de bloedstolsels door een onregelmatig hartritme (boezem fibrilleren). In dit geval is de bloedstolling te behandelen met medicijnen die de trombosedienst geeft (zoals sintrom).
Verhoogde bloeddruk en cholesterol zijn belangrijke risicofactoren die het ontstaan van zieke bloedvaten en vorming van bloedstolsels bevorderen. Daarom krijgt bijna iedere TIA-patiënt medicijnen voorgeschreven die het cholesterol en de bloeddruk verlagen. Uw levensstijl is ook belangrijk in het voorkomen van TIA’s en herseninfarcten. Denkt u hierbij aan niet roken, gezonde voeding, voldoende lichaamsbeweging. Hieraan besteden we veel aandacht tijdens uw behandeling.
Bij een deel van de patiënten is een zieke halsslagader de oorzaak van de TIA. Dit belangrijke bloedvat naar de hersenen is dan vernauwd. Een operatie kan deze vernauwing verhelpen. Mocht een operatie nodig zijn, dan vindt altijd uitvoerig overleg plaats met de vaatchirug die de operatie uitvoert.
Ongeveer twee weken na uw bezoek aan de TIA Service vindt een telefonisch consult plaats met de neuroloog. U krijgt dan de laatste uitslagen en antwoord op uw eventuele vragen. Daarna komt u nog een keer op de Polikliniek Neurologie voor verder onderzoek en eventuele behandeling van risicofactoren zoals een hoge bloeddruk en cholesterol, roken, bewegen en voeding. Ook krijgt u een gesprek met de verpleegkundig specialist. Zij beantwoordt de vragen die ontstaan zijn na het bezoek aan de TIA Service of over de behandeling. Ook gaat zij in op mogelijke gevolgen van de TIA op het geheugen, aandacht en concentratie.