De laatste tien jaar hebben we steeds meer mogelijkheden voor het chirurgisch behandelen van schouderklachten. Bij schouderklachten gaat het soms om instabiliteit (luxatieklachten), maar meestal om chronische pijnklachten. We kijken daarbij goed naar de oorzaak van de klachten en in veel gevallen kunnen we met een chirurgische behandeling deze klachten verminderen.
Een groep van vier spieren (rotatoren) zorgt voor de beweging in het schoudergewricht. Deze spieren liggen als een soort manchet (cuff) om de kom in het schouderblad en de kop van de bovenarm. De spieren monden uit in pezen, waarvan de uiteinden aan de bovenarm vastzitten. Om de bovenarm soepel te laten bewegen zitten er slijmbeurzen rondom de pezen die als stootkussen fungeren. Normaal glijden de pezen gladjes tussen het schouderdak en bovenarm. Wanneer u de rotatorspieren aanspant, kan de schouder verschillende kanten op bewegen. Bij een val of ongeval waarbij de arm in strekstand staat, ontstaat vaak een scheurtje in de manchet van de schouder. Hierdoor krijgt de manchet een te grote spanning en scheurt (een deel van) een pees af. Soms ontstaat de scheur ook zonder duidelijke oorzaak.
Er is weinig ruimte onder het schouderdak voor de pezen die de schouderkop bedekken. Soms is deze ruimte nog eens extra smal is. Bij het ouder worden, wordt de pees wat dikker en daardoor kan het zijn dat de pees te weinig ruimte heeft om te kunnen passeren. Dit proces doet zich met name voor als u vaak bewegingen boven het hoofd maakt. U hebt dan vooral pijn bij voorwaartse tilbewegingen, zoals het ophangen van een jas en het gooien van een bal. Ook het aantrekken van een jas, werken boven het hoofd en op de schouder liggen worden gevoeliger.