Sporadische inclusion body myositis (sIBM) is een langzaam progressieve, chronische spieraandoening.
Er wordt aangenomen dat de eiwitopeenhopingen samenhangen met een versneld verouderingsproces van de spieren. Hierdoor worden de spieren dunner en zwakker. sIBM komt twee keer zo vaak voor bij mannen als bij vrouwen en vooral op middelbare en oudere leeftijd. Gemiddelde begint de aandoening tussen het 56e en 64e jaar. De aandoening is zeldzaam; naar schatting komt sporadische inclusion body myositis bij 4,9 op één miljoen mensen voor. Er bestaat nog geen adequate behandeling. Wel kunnen een revalidatiearts en paramedici de beperkingen zoveel mogelijk behandelen.
Over de oorzaak van sIBM bestaat nog veel onduidelijkheid. We gaan ervan uit dat er meerdere factoren zijn die gezamelijk leiden tot de onstekingsreacties en het versnelde verouderingsproces in uw spierweefsel. In het UMC St Radboud is een eiwit ontdekt in het bloed van een aantal sIBM-patiënten dat mogelijk een rol speelt. Het eiwit reageert tegen één van de bouwstenen van de spiercellen. De precieze rol van dit eiwit is in het onstaan van de aandoening is nog onbekend.
Bij sIBM worden uw spieren langzaam (in maanden tot jaren) zwakker en dunner. Het kan enige tijd duren voordat u daadwerkelijk klachten krijgt. De eerste klachten doen zich meestal voor in de buigers van uw vingertoppen, de spieren aan de voorzijde van uw bovenbenen, uw voetheffers of keelspieren waardoor eten soms ‘blijft hangen’ in uw keel. Spierpijn of spierkrampen komen zelden voor. De spierzwakte is vaak asymmetrisch. U kunt afhankelijk worden van een wandelstok, rollator en soms van een rolstoel. Hoe snel de aandoening zich ontwikkelt, verschilt sterk per persoon en kan daarom niet voorspeld worden. Doorgaans ontwikkelt de sIBM zich wel sneller als de aandoening begint na uw 60e. En hoewel uw hart ook een spier is, zijn er onvoldoende aanwijzingen dat er ook ontstekingsverschijnselen in uw hart voorkomen.