UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Kruisband (afgescheurd)

De knie bestaat uit drie botdelen: het bovenbeen, het onderbeen en de knieschijf. Om de knie ligt een gewrichtskapsel. Buiten dit gewrichtskapsel heeft de knie twee banden, die voor zijdelingse stabiliteit van de knie zorgen. Midden in de knie liggen de voorste en de achterste kruisband. Zij voorkomen dat het onderbeen naar voren of naar achteren verschuift. Daarnaast voorkomen de kruisbanden bepaalde draaibewegingen tussen boven- en onderbeen. In de knie bevinden zich tussen het boven- en onderbeen twee maanvormige schijfjes van zacht kraakbeen (de meniscus). Deze vangen schokken van de knie op en zorgen dat boven- en onderbeen in iedere stand goed op elkaar passen. Elk botdeel is bekleed met een laag kraakbeen.

Sporten of een ongeluk

De voorste kruisband kan scheuren bij het sporten of een ongeluk. Dit wordt vaak ervaren als een knappend gevoel, dat optreedt bij het verdraaien van de knie of het ‘door de knie gaan’. De klachten van een gescheurde kruisband – door de knie zakken of een instabiel gevoel – worden in het begin meestal behandeld met fysiotherapie. Wanneer dit onvoldoende resultaat heeft, kan de arts voorstellen om een nieuwe kruisband te plaatsen. 

Behandeling

Een afgescheurde kruisband kunnen we behandelen met een operatie en fysiotherapie.

Operatie

Tijdens de operatie wordt als vervanging van de voorste kruisband een deel van de pees gebruikt die van de knieschijf naar het onderbeen loopt. De pees wordt in het kniegewricht geplaatst en vastgezet met twee schroeven in twee boorkanalen, één in het bovenbeen en één in het onderbeen.

Motorslede
Na de operatie ligt uw been op een motorslede. Dit is een apparaat dat de knie automatisch buigt en strekt, zonder dat u daar zelf iets voor hoeft te doen. `s Nachts staat het apparaat uit. De mate van buigen en strekken wordt in de komende dagen opgevoerd in overleg met de arts en fysiotherapeut. Ervaring leert dat de pijn in de knie na de operatie meevalt, maar pijn is niet helemaal te vermijden. Een goede pijnstilling is belangrijk voor het genezingsproces. Als u pijn hebt, maakt u dit dan kenbaar, zodat de medicatie tegen de pijn kan worden aangepast.

Fysiotherapie

Dag 0 (operatiedag)
Het geopereerde been wordt op de operatiekamer op de motorslede (Kinetec) geplaatst. Hierop wordt de knie gebogen en gestrekt.'s Nachts mag de slede in een voor u zo prettig mogelijke stand staan.

Dag 1 na de operatie
's Ochtends:

  • Buigen van de knie uitbreiden tot (0-70 graden).
  • Aanspanningsoefeningen voor de bovenbeenspieren.
  • Voetoefeningen.
  • Controle van de volledige strekking van de knie. Dat is erg belangrijk.

's Middags mag u uit bed. U loopt voor de eerste keer onder begeleiding van de fysiotherapeut. U gebruikt daarbij twee elleboogkrukken. De fysiotherapeut neemt een aantal oefeningen met u door die u staande mag doen. U mag geen draaibewegingen maken met de knie. De motorslede gaat ’s nachts uit bed. U mag geen kussen onder de knie leggen, omdat het belangrijk is dat de knie voldoende gestrekt kan worden. Overstrekken van de knie moet u vermijden. Bij het uit bed gaan moet het geopereerde been door het goede been geholpen worden.

Dag 2 na de operatie
Een herhaling van dag 1. Als de pijn voldoende onder controle is, en u volgens de fysiotherapeut goed met de elleboogkrukken kunt lopen en traplopen, kunt u naar huis.

Ontslag

Na uw ontslag krijgt u de fysiotherapie poliklinisch, waarbij in vier weken het gewicht op het geopereerde been opgevoerd kan worden naar volledige belasting.