Als de functies van uw hypofyse verstoord zijn, spreken we van hypofyse-uitval of hypopituïtarisme. We onderscheiden gedeeltelijke uitval (partieel hypopituïtarisme) en complete uitval (panhypopituïtarisme). Hypofyse-uitval ontstaat door:
- een hypofysegezwel;
- een ontsteking;
- een bloeding;
- een hypofyseoperatie.
Als een hypofysehormoon uitvalt, kan het vervolghormoon ook niet worden aangemaakt. Wanneer de hypofyse bijvoorbeeld geen TSH meer maakt, wordt de schildklier niet aangezet om schildklierhormoon te maken. Daardoor werkt uw schildklier te traag.