Bij een herseninfarct raakt een bloedvat verstopt door een bloedprop. Een deel van de hersenen krijgt dan geen of te weinig bloed. Hersencellen beschadigen of sterven af. Welke klachten daardoor ontstaan, hangt af van de plaats van het infarct. Sommige mensen kunnen na een herseninfarct niet meer praten en begrijpen woorden niet meer (afasie), anderen raken voor een deel verlamd.
Behandeling
De behandeling kan bestaan uit medicijnen die bloeddruk en hartslag stabiliseren. Ook krijgt u misschien een infuus met een middel dat stolsels oplost. Deze behandeling heet trombolyse.
Herstel
Sommige mensen herstellen na een herseninfarct voor een groot deel. Ongeveer de helft raakt matig of ernstig gehandicapt, een kwart overlijdt. Hoe eerder de behandeling en revalidatie beginnen, hoe groter de kans dat iemand herstelt.
Risicofactoren
De belangrijkste risicofactoren voor een herseninfarct zijn:
- ouderdom;
- hoge bloeddruk;
- diabetes mellitus (suikerziekte);
- te hoog cholesterol;
- hart- en vaatziekten (zoals aderverkalking en hartritmestoornissen);
- veel rode bloedcellen in het bloed (het bloed is dan dikker en er ontstaan sneller stolsels);
- roken;
- stress;
- overgewicht;
- te weinig bewegen.
Veel mensen hebben voor hun herseninfarct een TIA gehad, een korte en lichte beroerte.
Herseninfarct is een vorm van beroerte.