Bij een hartinfarct stroomt er geen bloed meer naar een deel van de hartspier. Meestal komt dit door een stolsel in het bloed (arteriële trombose). Het deel van de hartspier dat geen bloed meer krijgt sterft af. Dit kan heel gevaarlijk zijn. Daarom moet iemand met verschijnselen van een hartinfarct zo snel mogelijk naar het ziekenhuis.
Wat zijn de verschijnselen van een hartinfarct?
- erge pijn op de borst. De pijn straalt uit naar de linker (soms rechter) arm;
- hevig transpireren;
- misselijkheid;
- overgeven;
- wit wegtrekken;
- doodsangst.
Hebt u deze verschijnselen, vraag dan direct om een ambulance. Het ambulancepersoneel brengt u naar de spoedafdeling van het ziekenhuis. Hier krijgt u een elektrocardiogram (ECG) en een bloedonderzoek. Staat vast dat u een hartinfarct hebt dan krijgt u een dotterbehandeling of een behandeling met medicijnen. Hoe eerder uw behandeling start, hoe beter uw vooruitzichten.
Na afloop van de behandeling komt u op de intensive care te liggen aan de hartbewaking. U krijgt pijnstillers en meestal bloedverdunnende medicijnen. Na ongeveer 24 uur begint u met hartrevalidatie. U kunt na ongeveer een week naar huis. Daarna moet u een paar keer per week naar het ziekenhuis terugkomen voor verdere hartrevalidatie. Na ongeveer twee tot drie maanden kunt u weer gewoon alles doen. Wel is het verstandig gezond te gaan leven.