UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Hartfalen

Bij mensen met hartfalen werkt het hart niet meer goed. Het heeft onvoldoende kracht om het bloed goed door het lichaam te pompen. Hierdoor ontstaan verschillende klachten:

  • kortademigheid; 
  • vermoeidheid; 
  • weinig meer kunnen.

Deze klachten worden langzaam erger. Er komen ook nieuwe klachten bij:

  • dikke enkels; 
  • een dikke buik (door vocht in de buikholte);
  • een prikkelhoest, vooral als u ligt;
  • onrustig slapen.

Oorzaken

Harfalen heeft verschillende oorzaken. De belangrijkste zijn:

  • langdurige hoge bloeddruk;
  • beschadigingen aan de hartspier door een hartinfarct;
  • ziekten van de hartspier;
  • angina pectoris.

Als deze ziekten lang bestaan belasten ze het hart te veel. Dan ontstaat hartfalen. Hartfalen komt vooral voor bij ouderen.

De cardioog stelt de diagnose. Dat doet ze door een elektrocardiogram (ECG), een röntgenfoto van de borstkas en een echocardiogram te maken.

Hartfalen kan niet genezen. Vroeger was hartfalen dodelijk maar door betere behandelingsmogelijkheden leven mensen langer met deze zieke. Voor de behandeling zijn er speciale hartfalenpoliklinieken. De meeste ziekenhuizen hebben zo'n polikliniek.  

Patiënten- en belangenorganisaties hartfalen

Hartpatiënten Nederland behartigt de belangen van mensen met hartfalen en geeft adviezen. Ze organiseren ook lotgenotencontact.

  • De Nederlandse Hartstichting geeft informatie over hartfalen.
  • Voor informatie over hartfalen kunt u ook de website bezoeken van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). 

  • Hartfalen kan meestal niet overgaan. Een uitzondering is hartfalen met als oorzaak slecht werkende hartkleppen. Dit type hartfalen kan met een hartklepoperatie genezen.

    Maar meestal is hartfalen chronisch (blijvend). De behandeling bestaat dan uit medicijnen, een dieet en een pacemaker als uw conditie verslechtert. U krijgt ACE-remmers om uw bloeddruk te verlagen. U krijgt betablokkers om de pompkracht van uw hart te verbeteren. Tegen het vocht dat u vasthoudt krijgt u plaspillen (diuretica).

    Verder krijgt u van de cardioloog een dieetadvies. U kunt het beste zoutloos eten. Zo voorkomt u vochtvasthouden. Ook krijgt u het advies niet te veel vocht te drinken. Uw arts legt u uit hoe uw maaltijden eruit moeten zien.

    Drink weinig alcohol. Alcohol is slecht voor de hartspier. Ook is het beter als u stopt met roken. Voor mensen met hartfalen is het belangrijk zo gezond mogelijk te leven.

    Mensen met ernstig hartfalen kunnen een biventriculaire pacemaker krijgen (CRT-pacemaker). Deze pacemaker zorgt ervoor dat het hart weer krachtiger kan gaan pompen.

    Mensen met hartfalen door hartritmestoornissen krijgen een  implanteerbare cardioverter-defibrillator (ICD). Hiermee herstelt het hartritme zich.

    Sommige mensen met hartfalen komen in aanmerking voor een harttransplantatie.
     
    De behandeling van mensen met hartfalen vindt plaats in de hartfalenpolikliniek. Bijna ieder ziekenhuis heeft zo'n polikliniek.