Bij het ontstaan van baarmoederhalskanker speelt het humaan papillomavirus (HPV) een belangrijke rol. Ongeveer tachtig procent van alle vrouwen krijgt in haar leven een HPV-infectie. Meestal geeft een infectie geen klachten en gaat deze vanzelf over. Bij een klein deel van de vrouwen zorgt het HPV voor veranderingen aan de cellen op de grens van de baarmoederhals en baarmoedermond. Na enkele maanden kan een voorstadium van baarmoederhalskanker ontstaan. Wanneer de afwijkende cellen niet worden behandeld, veranderen ze na jaren in kankercellen. Dit is een langzaam proces, dat wel tien tot vijftien jaar duurt.
HPV is erg besmettelijk. Het wordt vooral via geslachtsgemeenschap overgedragen, maar ook via huid-op-huidcontact. Condooms bieden geen volledige bescherming tegen besmetting.
Besmetting met HPV vergroot het risico op baarmoederhalskanker. En als het afweersysteem minder goed werkt, kan het lichaam HPV niet goed bestrijden. Ook dan is het risico op baarmoederhalskanker groter.
- Geslachtsgemeenschap met veel wisselende partners geeft een groter risico op besmetting met het HPV. Maar ook vrouwen met een vaste partner lopen risico.
- Roken beïnvloedt het afweersysteem waardoor het meer moeite heeft met het overwinnen van het HPV.
- Bij gebruik afweeronderdrukkende medicijnen (immunosuppressiva) is de weerstand tegen HPV verminderd.
Geen risicofactoren
- Er is geen verband aangetoond tussen het gebruik van de pil en het risico op baarmoederhalskanker.
- Baarmoederhalskanker is niet besmettelijk. HPV is dat wel.
- Baarmoederhalskanker niet erfelijk. Een verminderde werking van het afweersysteem kan wel erfelijk zijn.
HPV-vaccinatie
U kunt zich tegen besmetting met HPV laten vaccineren. Het HPV-vaccin biedt bescherming tegen HPV 16 en HPV 18, twee varianten van het virus. Vaccinatie voorkomt het ontstaan van 50% van alle voorstadia en 70% van alle baarmoederhalskankers.
Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker
Bent u tussen de 30 en de 60 jaar, dan kunt u elke vijf jaar deelnemen aan het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker. De huisarts maakt een uitstrijkje, waarbij cellen van het slijmvlies rond de baarmoederhals worden afgenomen. Hiermee kan het voorstadium van baarmoederhalskanker in een vroeg stadium worden ontdekt.
Een HPV-infectie geeft meestal geen klachten. Een HPV-test toont aan of het virus in het lichaam aanwezig is. Ook veranderingen aan de cellen van de baarmoederhals leiden niet tot klachten. Afwijkende cellen zijn alleen met een uitstrijkje te vinden.
Baarmoederhalskanker kan lange tijd onopgemerkt blijven. Ongewoon bloedverlies vooral na het vrijen, of abnormale afscheiding kàn een eerste teken zijn. Pijn bij baarmoederhalskanker ontstaat meestal pas als de kanker doorgroeit in andere organen, of als er uitzaaiingen zijn.
U hebt een uitstrijkje gehad. Zijn er afwijkende cellen gevonden, dan verwijst de huisarts u door naar een gynaecoloog.
Vermoeden voorstadium
Bij verdenking op een voorstadium van baarmoederhalskanker krijgt u binnen 15 werkdagen een afspraak met een gynaecoloog. Deze doet onderzoek (colposcopie) en haalt als het kan het afwijkende weefsel direct weg (lisexcisie). Binnen tien dagen na het onderzoek krijgt u telefonisch de uitslag.
Vermoeden baarmoederhalskanker
Bij verdenking op kanker kunt u binnen vijf werkdagen terecht bij een gynaecoloog. Deze doet onderzoek (colposcopie met biopt). U krijgt binnen vijf dagen telefonisch bericht of er sprake is van baarmoederhalskanker.
Na het eerste contact met de gynaecoloog maakt u kennis met uw casemanager. De casemanager is het vaste aanspreekpunt voor u en uw naasten tijdens het hele behandelproces. Samen met u houdt de casemanager het overzicht over de onderzoeken en behandelingen die u krijgt. Hebt u vragen of zorgen, dan kunt u deze met de casemanager bespreken.
Alle casemanagers zijn gespecialiseerde oncologieverpleegkundigen.