Bij mensen met de ziekte van Alzheimer beschadigen de hersenen langzaam steeds erger. Het belangrijkste verschijnsel van de ziekte is dementie.
Hoe herkent u beginnende dementie?
- Erge vergeetachtigheid. Iemand vergeet hele gebeurtenissen.
- Hij verdwaalt en weet soms niet meer waar hij is.
- Hij is suf en heeft geen belangstelling voor zijn omgeving.
- Zijn persoonlijkheid verandert. Een rustig persoon wordt bijvoorbeeld boos en achterdochtig, of juist andersom.
De dementie verergert langzaam. Iemand met Alzheimer kan daardoor steeds slechter nadenken en krijgt moeite met praten en met het begrijpen van anderen. Hij kan geen nieuwe dingen meer leren en vergeet ook steeds meer dingen die hij kon. Hij zorgt steeds slechter voor zichzelf, vergeet bijvoorbeeld te eten of zich te wassen. Zijn gedrag gaat steeds meer lijken op dat van een kind. Het kan hem niet meer schelen hoe hij eruit ziet of wat mensen van hem denken. Uiteindelijk kan hij helemaal niet meer praten en verzwakt hij ook lichamelijk. De meeste Alzheimer patiënten overlijden aan een longontsteking of hart- en vaatziekten.
Meestal ontstaat Alzheimer bij mensen boven de zeventig jaar. De oorzaak van de ziekte is niet bekend. Ongeveer 10% van de patiënten krijgt het voor hun vijftigste jaar: de zogenoemde jongdementen. Dementie bij jonge mensen is waarschijnlijk erfelijk.
Alzheimer is niet te genezen. Er bestaan wel therapieën die het leven van een dementerende persoon prettiger maken.