Het laatste stuk van de dikke darm (ongeveer 15 cm vanaf de anusopening) is de endeldarm (rectum). Dit gedeelte is groter qua inhoud dan het bovenliggende S-vormige deel (sigmoïd). De endeldarm wordt gevuld met ontlasting vanuit het bovenliggende deel. Dan ontstaat de aandrang tot ontlasting.
Ons lichaam is opgebouwd uit miljarden cellen. Cellen met dezelfde functie vormen weefsels. Iedere cel heeft een beperkte levensduur en moet dus steeds worden vervangen. Dit gebeurt door celdeling. Normaal gesproken zijn de nieuwe cellen een exacte kopie van de oude. Als de nieuwe cellen echter verschillen van hun voorgangers, ontstaan cellen die steeds minder lijken op het normale weefsel. Vaak groeien ze ook overvloed. Er is dan sprake van een tumor. Deze kan goed- of kwaadaardig zijn. Tumoren kunnen voorkomen in alle delen van de dikke darm.
We spreken van kanker als een tumor of gezwel kwaadaardig is. Kanker ontstaat vanuit een goedaardig slijmvliesgezwel (poliep/adenoom). Naarmate een poliep groter wordt, neemt de kans toe dat het een kwaadaardige gezwel wordt.
Uitzaaiingen
Een goedaardige (benigne) tumor zaait nooit uit naar andere organen. Een kwaadaardige tumor kan andere organen, bloedvaten en lymfevaten binnengroeien. Dit noemen we uitzaaiingen (metastasen). Uitzaaiingen ontstaan doordat via het bloed of de lymfevloeistof kwaadaardige cellen zich verplaatsen. Een tumor in de dikke darm kan bijvoorbeeld uitzaaien naar de lever, longen of andere organen. Een uitzaaiing van darmkanker die ontstaat in de lever, noemen we geen leverkanker, maar levermetastasen. De tumor in de darm is de primaire tumor. De tumoren in zowel de darm als de lever behandelen we als darmkanker. In beide gevallen gaat het namelijk om cellen uit de darm.
Eerder klachten bij tumor in laatste deel van de darm
Darmkanker ontstaat vaak in het laatste gedeelte van de darm. Een tumor in dit gedeelte van de darm geeft vaak eerder klachten en andere klachten dan een tumor die hoger in de darm zit. Dit komt omdat de ontlasting, naarmate deze verder in de dikke darm komt steeds verder indikt.
Leeftijd
De kans op darmkanker neemt toe met de leeftijd.
Poliepen
Vrijwel alle tumoren in de dikke darm ontstaan uit poliepen. Een poliep is een soort woekering van het slijmvlies van de darmwand. Aan de binnenkant van de dikke darm zit een slijmvlieslaag. Hieruit kan een poliep ontstaan. De meeste poliepen zijn goedaardig en groeien niet uit tot een tumor. Sommige poliepen bevatten onrustige cellen. Deze poliepen heten adenomen. Adenomen kunnen uitgroeien tot dikkedarmkanker. Als u poliepen hebt, zal een arts u altijd adviseren ze te laten verwijderen. We onderzoeken zo’n poliep in het laboratorium. Voor het verwijderen van erg grote poliepen, kunt u een operatie nodig hebben.
Voorgeschiedenis van kanker
Als u eerder dikkedarmkanker hebt gehad, hebt u een verhoogde kans om opnieuw een tumor te krijgen. Daarom krijgt u regelmatig een darmonderzoek (coloscopie). Doorgaans elke zes jaar, maar het kan vaker nodig zijn. Dit is afhankelijk van het aantal en het type poliepen.
Chronische darmontstekingen
Patiënten met een chronische darmontsteking, zoals colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn, hebben uiteindelijk een verhoogde kans op dikkedarmkanker. We controleren deze patiënten regelmatig.
Voeding
Er is veel onderzoek naar de invloed van voeding op het ontstaan van dikkedarmkanker. Waarschijnlijk vergroot een westers voedingspatroon de kans op dikkedarmkanker. In niet-westerse landen komt dikkedarmkanker namelijk veel minder voor. Erg vet eten en veel rood vlees en vleeswaren vergroot de kans op dikkedarmkanker.
Ook is er veel onderzoek naar voedingsmiddelen die beschermend lijken te werken tegen dikkedarmkanker. Het kan zijn dat vezelrijke voeding (groenten en fruit) en yoghurt en melk de kans op dikkedarmkanker verkleint. Dit effect is echter nog niet overtuigend aangetoond.