ALS staat voor amyotrofisch lateraal sclerose. Het is een zeldzame ziekte van de spieren en het zenuwstelsel. Bij ALS geven de zenuwcellen steeds minder opdrachten door aan de spieren. Daardoor raken deze uiteindelijk verlamd en/of verschrompelen ze.
ALS begint meestal met vermoeidheid, spierkrampen en kleine spiertrekkingen. Daarna ontstaat spierzwakte en verschrompelen spieren, bijvoorbeeld in een hand of een onderbeen. Langzaam verzwakken en verschrompelen steeds meer spieren.
Mensen met ALS moeten soms zonder reden huilen, lachen of gapen. Uiteindelijk verzwakken ook de keelspieren en krijgt iemand moeite met praten en slikken. De ziekte verergert meestal snel.
ALS begint meestal tussen het veertigste en zeventigste jaar. Het komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.
In de meeste gevallen is niet bekend waarom iemand de ziekte krijgt. Bij 5 tot 10% van de patiënten komt ALS door een fout in de genen. De ziekte is dan dominant erfelijk.
ALS is ongeneeslijk. Er is wel een medicijn dat de ziekte wat vertraagt. Goede medische begeleiding is heel belangrijk. De thuiszorg kan helpen bij de verzorging en het huishouden. Als eten te moeilijk wordt, kunt u voedsel malen of een PEG-sonde in laten brengen. Bij benauwdheid kunt u kiezen voor (thuis)beademing om de klachten wat te verminderen.