Om de oorzaak van klachten in het maag-darmkanaal op te sporen, kan de arts een waterstofademtest laten doen. Dit onderzoek geeft informatie over de opname van bepaalde voedselbestanddelen (onder andere zetmeel en suikers) in de dunne darm. Als deze niet volledig worden opgenomen, komen de voedselbestanddelen in de dikke darm terecht. Hieruit worden gassen (ook waterstofgas) gevormd, die weer in het bloed worden opgenomen. Het bloed passeert de longen, en zo is het mogelijk waterstof te meten in de uitgeademde lucht. Deze test wordt ook gebruikt om de aanwezigheid van bacteriën in de dunne darm op te sporen of te bepalen of er een vertraagde passage is van het voedsel.
De test zelf is eenvoudig en niet pijnlijk. Uw uitgeademde lucht wordt opgevangen als u zo diep en lang mogelijk uitblaast in een speciale spuit. Het laatste deel van de uitgeademde lucht wordt in een apparaat onderzocht.
Nadat u tweemaal op deze manier geblazen hebt, krijgt u een suikeroplossing te drinken. Hierna moet u nog verschillende keren blazen.
Er zijn vier soorten testen: lactose-, glucose-, lactulose-, en de fructose-ademtest. Bij de lactulosetest blaast u ieder kwartier, en bij de andere testen ieder half uur.
Tijdens de test mag u niet eten of drinken en niet roken. U kunt tussendoor wel bijvoorbeeld wandelen, zitten of lezen.
De duur van het onderzoek is afhankelijk van het voedselbestanddeel dat onderzocht wordt. Het kan maximaal drie uur duren.
Voorbereiding
U moet nuchter naar het ziekenhuis komen. Dit houdt in dat u op de avond voor het onderzoek na 19.00 uur niets meer mag eten en na 22.00 uur niets meer mag drinken. Roken is na 24.00 uur absoluut verboden. Medicijnen mogen vanaf 22.00 uur tot na de test niet meer geslikt worden. Medicijnen tegen infecties (zoals bijvoorbeeld penicilline) mag u vanaf twee weken voorafgaand niet meer nemen.
Na het onderzoek
Direct na het onderzoek mag u weer eten en drinken. Indien u niet opgenomen bent kunt u zonder bezwaar zelf autorijden of met het openbaar vervoer naar huis gaan.