Bij een schildklierpunctie voelt de arts aan de zwelling in uw hals om de grootte, de structuur en de beweeglijkheid vast te stellen. Daarna gaat u op een onderzoeksbank liggen. Vaak krijgt u een kussen onder uw schouders om uw hoofd meer achterovergebogen te houden. Zo kan de arts beter bij de zwelling in uw hals en is het makkelijker om erin te prikken.
Schildkliercellen loskrijgen
Tijdens de punctie houdt de arts de zwelling vast en prikt erin met een spuit met een dunne naald. Hij beweegt de naald kleine stukjes in verschillende richtingen en krijgt zo schildkliercellen los. Als een cyste (vocht) de zwelling veroorzaakt, komt er soms ook een beetje (bloederig) vocht vrij. In dat geval doen we vaak na het leegzuigen van de cyste meteen een tweede punctie om voldoende schildkliercellen te krijgen.
Nazorg
Meestal verloopt het onderzoek probleemloos. Soms is de punctieplaats gevoelig of er ontstaat een zwelling in uw hals. Dit gaat vaak vanzelf over. Er ontstaat bijna nooit een plaatselijke bloeding. De kans op een bloeding is groter als u een ziekte hebt met een verhoogde bloedingsneiging. Of als u bepaalde medicijnen gebruikt, zoals bloedverdunners. Vóór de behandeling bespreekt u met de behandelend arts of u deze medicijnen tijdelijk beter niet in kunt nemen. Hebt u andere klachten na de schildklierpunctie? Neem dan contact op met uw behandelend arts.