MRI (Magnetische Resonantie Imaging) is een techniek om afbeeldingen van het lichaam te maken met een zeer sterke magneet en radiogolven. De MRI bestaat uit een buis van 1,5 meter lang met een doorsnede van 70 cm. De buis is van binnen verlicht en aan beide kanten open. U ligt zodanig in de buis dat het te onderzoeken lichaamsgebied in het midden van de buis zit. U kunt tijdens het onderzoek met de radiodiagnostisch laborant praten. Hij ziet u via een camera. Om de buis zitten zeer sterke magneten en radiozenders. Van de sterke radiogolven merkt u niets. Een radiodiagnostisch laborant voert het onderzoek uit en een radioloog beoordeelt het resultaat.
Het apparaat trekt metalen voorwerpen naar zich toe. Daarom mag u de onderzoekskamer niet betreden met bijvoorbeeld een rolstoel of sleutels. Pasjes met een chip of magneetstrip, mobiele telefoons of een horloge kunnen kapot gaan. Hebt u of uw begeleider een pacemaker, defibrillator, neurostimulator in het wervelkanaal, insulinepomp, gehoorbeenprothese of blaasstimulator? Dan mag u de MRI-onderzoekskamer niet betreden. Hetzelfde geldt als u of uw begeleider metaalsplinters in het oog heeft. Gouden en zilveren tanden, kronen en ringen, een BAHA-schroef (titanium) of een (heup)prothese zijn echter geen probleem.