Observatieaudiometrie
Bij kinderen jonger dan vier jaar levert een audiogram gemaakt met een koptelefoon zelden een betrouwbaar resultaat op. Door wat geluiden links of rechts te laten horen, kan worden geobserveerd of een kind reageert. Een hoofdbeweging, een oogknippertje, een armpje dat elke keer wat beweegt, het even ophouden met sabbelen op een speen: het zijn reacties die kunnen betekenen dat het kind iets heeft gehoord.
Het vereist veel ervaring van de onderzoeker om de reacties goed te interpreteren, maar dan kan het ook een redelijk goed beeld opleveren van de gehoorfunctie.
Visuele beloningsaudiometrie
Bij kinderen vanaf een half tot een jaar wordt een vrije-veldaudiogram (zonder koptelefoon) afgenomen door het kind te leren te reageren op geluiden met behulp van een visueel beloningssysteem. Wanneer het kind bij het horen van een geluid direct reageert door bijvoorbeeld de kant op te kijken waar het geluid vandaan komt, wordt het kind beloond door een tekenfilmfragmentje of het verlichten van een popje, paardje of iets dergelijks. Wanneer het kind doorheeft dat het beloond wordt als het op geluiden reageert, kan een behoorlijk betrouwbare gehoortest worden afgenomen.
Spelaudiometrie
Bij kinderen vanaf drie jaar wordt een toonaudiogram afgenomen met behulp van een spelletje. Vaak wordt daar een blokkendoos (vandaar de naam: blokkentest) voor gebruikt. Het kind krijgt een koptelefoon op het hoofd en wacht gespannen tot er een piep klinkt: dan mag er een blokje in de doos gedaan worden of een knikker door de knikkerbaan of een houten pen in de “hamertje tik” geslagen worden. Welk materiaal men ook neemt, altijd is het de spanning om iets leuks te mogen doen als er een piepje klinkt. Op deze wijze is het onderzochte kind meer gemotiveerd om geconcentreerd aan de test deel te nemen.
Bron: www.kno.nl