Prof. dr. Roshan Cools is sinds 1 februari 2011 hoogleraar bij het UMC St Radboud met als leeropdracht Cognitieve Neuropsychiatrie. Ze onderzoekt de effecten van hersenstoffen op motivatie, cognitie (vermogen) en gedrag om inzicht te krijgen in de oorzaak en behandeling van neuropsychiatrische stoornissen.
Wat houdt uw leeropdracht in?
"Bijna alle neuropsychiatrische stoornissen gaan samen met een verstoring van de stofwisseling in de hersenen. Deze verstoring interacteert met omgevingsfactoren, die samen kunnen bijdragen aan motivationele (drijfveer) en cognitieve (denk)problemen. Die cognitieve en motivationele problemen kunnen ervoor zorgen dat mensen de controle over hun gedrag verliezen. Dergelijke gedragscontrolestoornissen worden soms behandeld met medicatie. Een van de grootste problemen binnen de psychiatrie is echter dat dergelijke medicatie niet altijd werkt, en soms zelfs nare bijeffecten heeft. De effecten van medicatie kunnen zelfs compleet tegengesteld zijn bij verschillende mensen met dezelfde diagnose. Dit is niet verrassend, want de relatie tussen hersenstoffen en gedragscontrole is erg complex. Ook is er veel variatie aan symptomen binnen bestaande diagnoseclassificaties. Zo lijken de symptomen van de ene persoon met ADHD niet per sé op die van een ander met ADHD. Het doel van ons werk is de factoren te achterhalen die ten grondslag liggen aan de tegenstrijdige effecten van medicatie binnen de neuropsychiatrie."
Hoe gaat u uw onderzoek de komende jaren aanpakken?
"We analyseren de relatie tussen specifieke hersenstoffen, goed gedefinieerde psychologische processen en hersenactiviteit. De focus ligt dus niet op één bepaalde neuropsychiatrische stoornis. Maar we onderzoeken gemeenschappelijke psychologische processen, zoals impulsiviteit, mentale flexibiliteit, compulsiviteit (dwang). Deze spelen een rol bij een hele reeks aan neuropsychiatrische stoornissen.
We maken hiervoor gebruik van verschillende methodes. Psychologische processen meten we met behulp van computertaken. Dit zijn een soort spelletjes die ons in staat stellen om gemotiveerd, impulsief en/of inflexibel gedrag in getallen uit te drukken. De medicatie-effecten op deze processen meten we bij zowel gezonde studenten als bij patiënten met ADHD, depressie, de ziekte van Parkinson, psychopathie, angst, gokverslaving. De werking van deze stoffen in het brein meten we met hersenscantechnieken, zoals functional magnetic resonance imaging (fMRI). Het onderzoek vindt dan ook plaats op het Donders Centre for Cognitive Neuroimaging."
Wat heeft de patiënt aan uw onderzoek?
"Ons onderzoek draagt bij aan de ontwikkeling van individugerichte behandeling binnen de neuropsychiatrie. In de toekomst kan behandeling meer gedreven worden door de specifieke problemen van de individuele patiënt, en minder door een algemeen ziektelabel. Daarnaast is ons werk van groot belang voor het beter begrijpen van effecten van drugs bij mensen zonder psychiatrische problemen. Op die manier hopen we te kunnen voorspellen wie wel, en wie geen baat heeft bij gebruik van zogenaamde cognitive enhancers."
Wat zijn uw persoonlijke drijfveren voor dit onderzoek?
"Vragen over de relatie tussen het brein, cognitie en gedragscontrole heb ik altijd fascinerend gevonden. Vooral geboeid ben ik door de subtiele dynamiek van de hersenstofwisseling en de impact op het mentaal functioneren door het uit balans raken van die dynamiek. Nog interessanter is mogelijk de observatie dat gedragscontrole de hersenstoffen kan beïnvloeden. Hoe beter we deze relatie begrijpen, hoe beter we mensen kunnen helpen met medicatie en gedragssturing. Tegelijkertijd roept het maatschappelijk interessante maar complexe vragen op over de maakbaarheid van de mens en de relatie tussen mens en brein."