Het netvlies bevat lichtgevoelige cellen (kegeltjes) die contrast en kleuren waarnemen. Als deze kegeltjes afsterven, ontstaat maculadegeneratie (netvliesslijtage). Dit is een aandoening van het centrale gedeelde van het netvlies; de gele vlek (macula lutea). Hierdoor zijn details en kleuren minder goed tot slecht waar te nemen.
Leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD) is de meest voorkomende oorzaak van slechtziendheid en blindheid onder ouderen in de westerse wereld. Per jaar krijgen meer dan tienduizend Nederlanders te maken met leeftijdsgebonden maculadegeneratie.
Prof. dr. Carel Hoyng is sinds 1 september 2010 hoogleraar bij het UMC St Radboud met als leerstoel Maculadegeneratie.
Met welk onderzoek houdt u zich voornamelijk bezig?
"De komende tijd richt het wetenschappelijk onderzoek zich vooral op het in kaart brengen van genetische factoren die LMD veroorzaken. Het streven is om deze kennis te gebruiken bij het voorkomen, behandelen en voorspellen van deze aandoening."
Hoe gaat u dat de komende jaren aanpakken?
"Samen met de Universiteit van Keulen hebben we een database ontwikkeld met gegevens van zo’n drieduizend patiënten. We nemen bij deze patiënten interviews af, waarin we onder andere vragen naar hun ervaringen met hun huisarts in het kader van deze aandoening. De kennis van artsen loopt op dit gebied vaak achter. Ook doen we algemeen oogonderzoek, een netvliesscan en nemen we bloed (plasma) af. Op die manier kunnen we bekijken hoe maculadegeneratie tot stand komt. We hebben tot nu toe drie factoren ontdekt. Erfelijkheid is de eerste, leeftijd de tweede en ook omgevingsfactoren zoals roken en voeding zijn van invloed op de ontwikkeling van deze aandoening."
Wat heeft de patiënt aan uw onderzoek?
"De belangrijkste doelen zijn het effectief behandelen van maculadegeneratie en het voorspellen van de kans dat iemand deze aandoening krijgt. Bij mensen met een hoog risico, willen we kijken of de behandeling eerder van start kan gaan. Het zou mooi zijn als we een voorspellende test kunnen ontwikkelen. Er is meer belangstelling voor de ziekte, omdat oudere mensen steeds vitaler zijn. Vroeger hoorde het gewoon bij het ouder worden, maar tegenwoordig vinden we het belangrijk de kwaliteit van leven te verbeteren. Mensen zitten op hun 65ste niet meer achter de geraniums."
Wat zijn uw persoonlijke drijfveren voor het onderzoek?
"Mijn proefschrift voor mijn promotie ging over maculadegeneratie. Hoe dieper je op een onderwerp ingaat, hoe interessanter het wordt. Als je ergens helemaal induikt, wordt het onderzoek steeds interessanter. Ik vind het ook belangrijk in onderzoek ruimte te creëren voor toevalsbevindingen. Als je te strakke lijnen volgt, werkt dat verlammend. Het is juist leuk om dingen te ontdekken die je vooraf niet hebt kunnen inschatten."