Bij de operatie wordt het aangetaste gewricht vervangen door een prothese, een kunstgewricht. Er wordt een nieuwe kom in het bekken aangebracht en in het dijbeen wordt een nieuwe kop geplaatst. Kop en kom passen precies in elkaar. De prothese wordt net als het oude gewricht op de plaats gehouden door het gewrichtskapsel.
Operatie
Om het heupgewricht te kunnen bereiken maakt de orthopeed een snee aan de zijkant van het bovenbeen. Vervolgens opent hij het gewrichtskapsel en neemt de kop uit de kom. Hierna wordt de kop afgezaagd en de kom schoongemaakt. In het bekken plaatst de chirurg een nieuwe kunststof kom. In het dijbeen wordt een metalen pin ingebracht met daarop een kop. Als de gewrichtskop in de kom is gezet en het gewrichtskapsel is gehecht, kunnen de spieren en de operatiewond worden gesloten. De wond wordt met draadhechtingen of nietjes dichtgemaakt. Om het bloed en wondvocht in het operatiegebied op te vangen worden soms een wonddrain in de wond achtergelaten. De wond wordt met een groot drukverband om been (en soms ook onderbuik) afgedekt. Direct na de operatie wordt tenslotte nog een röntgenfoto gemaakt om de stand van de nieuwe heup vast te leggen.
Genezen
Drains en wondverband worden meestal binnen twee dagen na de operatie verwijderd. Het gewrichtskapsel heeft minstens enkele maanden nodig om te genezen. Direct na de operatie is het nog niet stevig genoeg, waardoor er nog een grote kans bestaat dat door bepaalde bewegingen de gewrichtskop uit de kom schiet (luxatie). Om dit te voorkomen ligt er tijdens de ziekenhuisperiode ’s nachts een spreidkussen tussen uw benen. Verder moet u bepaalde bewegingen absoluut vermijden. Het gaat hier om meer dan 90 graden buiging in het heupgewricht en het been en de knie naar binnen draaien. De fysiotherapeut zal u precies uitleggen welke bewegingen u wel mag maken en welke bewegingen u het beste kunt vermijden.