UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Verwijderen brughoektumor

Wanneer na uitvoerige analyse en overleg met de patiënt voor een operatie wordt gekozen, heeft de KNO-arts drie benaderingswegen tot zijn/haar beschikking. De optimale toegangsweg naar de tumor hangt af van de precieze plaats en de grootte. Daarnaast is de ernst van de gehoorvermindering beslissend en/of de voorkeur van het operatieteam. Deze drie benaderingswegen zijn:

  • translabyrinthair (door het oor)
  • middle fossa (boven het oor)
  • retrosigmoïdaal (achter het oor)

Aan de hand van een tekening wordt het behandelingsvoorstel verduidelijkt en met de patiënt (en familie) besproken. Ook de risico’s en eventuele gevolgen komen hierbij uitgebreid aan de orde.
Tijdens de operatie zijn in principe vaak twee operateurs aanwezig: twee KNO-artsen of een KNO-arts en een neurochirurg. Door het gebruik van microchirurgisch instrumentarium, een operatiemicroscoop en moderne apparatuur, die de functie van de aangezichts- en gehoorzenuw bewaakt, wordt beschadiging aan omliggende zenuwen en hersenweefsel zoveel mogelijk vermeden. Het verwijderde weefsel wordt onderzocht door een patholoog-anatoom (weefseldeskundige).

In principe wordt gestreefd naar complete (totale) tumorverwijdering, waarbij in de regel een kleine tumor aanzienlijk gemakkelijker te verwijderen is dan een grote. Uw behandelend KNO-arts zal verder de volgende zaken bespreken:

  • details over de operatie
  • operatieduur
  • opnameduur (gemiddeld één week)
  • eventuele noodzaak voor opname op de intensive care
  • mogelijke complicaties en de kans hierop en
  • eventuele restverschijnselen.

Restverschijnselen na een operatie

Het verwijderen van een brughoektumor is een grote operatie, waarvan het herstel meestal 4 weken in beslag neemt. Door de omvang van de operatie treedt vaak vermoeidheid na de operatie op. De meeste patiënten herstellen echter voorspoedig en kunnen nadien sociaal en professioneel functioneren zoals voor de operatie.
De belangrijkste negatieve gevolgen van een operatie kunnen zijn:

Gehoorvermindering/uitval

In de meeste gevallen is het helaas noodzakelijk om de gehoorzenuw op te offeren om de tumor geheel te kunnen verwijderen. Dit resulteert in een volledig doof oor. In veel gevallen is het gehoor vóór de ingreep overigens al slecht en onbruikbaar. Soms kan de tumor worden verwijderd met behoud van de gehoorzenuw. Het gehoor zal door de ingreep niet verbeteren.

Gehooruitval geeft vooral in het begin problemen, zoals lokaliseren van gesprekken en het luisteren naar gesprekken (richtinghoren) in een lawaaiige omgeving. De meeste mensen leren hier snel mee omgaan of waren hier al aan gewend.

Bron: www.kno.nl