UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Verwijderen amandelen

Het verwijderen van de keelamandelen bij kinderen heet 'amandelknippen'. Hierbij worden met een speciaal instrument de keelamandelen in één beweging als het ware losgewoeld van de onderlaag. Bij volwassenen (en kinderen ouder dan 10 jaar) zullen de amandelen meestal verwijderd worden door ze stapsgewijs los te maken, ook wel pellen genoemd. Dit laatste gebeurt, omdat de keelamandelen bij ouderen veel vaster zitten aan de onderliggende weefsellaag.

De ingreep vindt gewoonlijk plaats in narcose. Bij uitzondering wordt gekozen voor plaatselijke verdoving waarbij hoesten, kokhalzen en bloeding de ingreep sterk kunnen bemoeilijken. In beide gevallen zullen de voor een operatie gebruikelijke voorzorgen moeten worden genomen.

In het eerste geval zult u van de ingreep niets merken, omdat u slaapt. In het laatste geval wordt met een naald op een paar plaatsen om de amandel verdovingsvloeistof ingespoten. Nadat de verdoving goed is ingewerkt, worden de beide amandelen verwijderd. Hierbij kan het vrijkomende bloed in een bakje gespuugd worden.

Is er een kans op complicaties?

Bij iedere operatie, ook het verwijderen van de amandelen, is er sprake van enig risico. In dit geval is het voornaamste risico een nabloeding.

Een normale bloedstolling na de operatie is van groot belang. Daarom mag u voorafgaand aan deze ingreep geen bloedverdunnende middelen gebruiken. Deze middelen zorgen ervoor dat het bloed minder goed of in het geheel niet stolt. Het gaat hierbij met name om pijnstillers die acetylsalicylzuur bevatten (Aspirine, Acetosal, Ascal, etc.). Wanneer u wordt begeleid door de trombosedienst en dus anti-stolling gebruikt, moet u dit absoluut melden aan de behandelend KNO-arts. Eveneens moet u vermelden dat er in uw familie aangeboren bloedstollings-stoornissen voorkomen.

De kans op een nabloeding is de eerste 12 uur na de ingreep het grootst en is bij volwassenen groter dan bij kinderen. Daarom blijven volwassenen meestal de dag na de ingreep nog in het ziekenhuis. Bij een nabloeding ontstaat een bloeding onder het stolsel. Het is vaak voldoende om onder plaatselijke verdoving het niet goed afsluitende stolsel te verwijderen, zodat een nieuw en beter stolsel ontstaat. Soms, in ongeveer 2% van de amandeloperaties bij volwassenen, is het nodig om de nabloeding onder narcose te behandelen.

Wat kunt u verwachten na de operatie?

Direct na de ingreep heeft u pijn in de keel en moeite met slikken. De pijn kan uitstralen naar de oren. Zonodig kunt u de verpleging om een pijnstillend middel vragen. Veel drinken van koud water is belangrijk en kan de pijn verlichten. Daarnaast moet u het schrapen van de keel zien te voorkomen.

Meestal komt er na de operatie wat vers bloed uit de keel. Ook kan donker bloed worden gebraakt; dit is oud bloed dat tijdens de operatie in de maag terecht is gekomen.

Soms kan er ook een beetje bloed uit de neus lopen; dit komt doordat het beademingsbuisje, waarmee u tijdens de narcose in slaap werd gehouden, via de neus werd ingebracht. Na het verwijderen van de neusamandel treedt vaak ook enig bloedverlies uit de neus op.

U zult de volgende dag naar huis mogen tenzij zich bijzonderheden voordoen. U mag op eigen gelegenheid naar huis, maar u mag niet zelf een auto besturen.

Weer thuis

Pijn kan gewoonlijk goed worden bestreden met paracetamol, bij voorkeur in de vorm van een oplostablet of zetpil.

Op de plaats waar de amandelen zaten vormt zich een grijswitte korst, die meestal na zeven tot acht dagen loslaat en spontaan verdwijnt. De adem kan hierdoor wat weeïg ruiken. Bovendien kunt u een wat metaalachtige smaak hebben. Ook dit verschijnsel verdwijnt vanzelf.

Wij raden u aan de eerste dagen zachte en koele voeding te gebruiken. Verder kan bouillon een plezierige afwisseling zijn. Melkproducten worden over het algemeen als plakkerig en vervelend ervaren en koolzuurhoudende dranken als te prikkelend.

Houdt u zich verder een week rustig. In principe zult u na een ruime week hersteld zijn en uw werkzaamheden weer kunnen hervatten. Na vier tot zes weken vindt de laatste controle bij de KNO-arts plaats. Mocht u onverhoopt een forse nabloeding krijgen, zoek dan direct contact met uw huisarts of het ziekenhuis.

Bron: www.kno.nl