Spataderen kunnen we behandelen door ze in te spuiten met een vloeistof, Aethoxysklerol® (scleroseren met vloeistof) of met schuin (scleroseren met foam). In het laatste geval, schuimen we de Aethoxysklerol® vloeistof vóór het inspuiten op met lucht. Over het algemeen kiezen we bij grotere en dieper liggende spataderen voor foam, omdat deze behandeling sterker werkt. Maar deze behandeling kan ook iets meer bijwerkingen geven. Bij beide behandelingen ontstaat een soort ontstekingsreactie in uw spatader. Vervolgens krijgt u een compressie (druk)verband. De beschadigde vaatwand plakt op elkaar en uiteindelijk verdwijnt de spatader. Na de behandeling nemen gezonde aders de functie over.
Voor deze behandeling vraagt de verpleegkundige u uw kousen, schoenen en eventueel uw pantalon uit te doen. De arts stemt met u af welke spataders ingespoten moeten worden en markeert deze plaatsen met een pen. Vervolgens gaat u op de behandeltafel liggen. De arts spuit de aders in met een speciale vloeistof (aethoxysclerol). Deze vloeistof zorgt ervoor dat de spataders verschrompelen. Het inspuiten is niet echt pijnlijk. Na het inspuiten brengt de verpleegkundige een verband aan. Daarmee oefenen we extra druk uit op de ingespoten plaatsen. Over dit verband krijgt u verbandkousen.
Normale klachten na de behandeling zijn hoofdpijn, rillerigheid, blauwe plekken en pijnlijke, harde knobbeltjes. Deze klachten verdwijnen na enige tijd. Ook kan uw huid bruine verkleuren. Dit verdwijnt na enkele maanden.