Bij een schouderoperatie repareren we de scheur in uw schouderspier(en) door de pees weer vast te hechten aan de bovenarm. Ook maken we extra ruimte onder het schouderblad door een plakje bot te verwijderen. De ingreep duurt een half uur tot anderhalf uur. We noemen deze operatie cuff-repair, omdat we het manchet (cuff) herstellen dat door de vier rotatorspieren gevormd wordt om de kom in het schouderblad en de kop van de bovenarm.
Na de operatie hebt u een verband op de wond en zit uw arm in een immobilizer. Dit is een soort draagband die met een band om uw taille bevestigd wordt. Hiermee voorkomt u dat u bewegingen maakt die het gehechte kapsel weer laten scheuren. Door de operatie kan de schouder pijnlijk en gezwollen zijn. Zowel in rust als bij oefeningen proberen de arts en verpleegkundigen u voldoende pijnstilling te geven. Als de wond niet lekt, kunt u na drie of vier dagen weer douchen. De verpleegkundige helpt u bij het verwijderen en weer plaatsen van de immobilizer en leert u aan hoe u dit thuis zelf kunt doen.
Het duurt vier tot zes weken voordat de pees weer is vastgegroeid. Tot die tijd mag u geen actieve bewegingen met de schouder maken. Wel krijgt u van de fysiotherapeut passieve oefeningen en legt hij uit hoe u uw hand, pols en elleboog soepel kunt houden zonder dat dit schadelijk is voor uw schouder. De fysiotherapeut overlegt met u welke fysiotherapeut u in de thuissituatie kunt bezoeken. Ongeveer drie weken na de operatie kunt u onder begeleiding van deze fysiotherapeut actievere oefeningen met uw schouder gaan doen. Spierversterkende oefeningen mag u pas na acht weken starten. Wanneer u weer kunt gaan werken kunt u het beste overleggen met de arts.