UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Reconstructie Achterste Kruisband

De achterste kruisband zit centraal in het kniegewricht. Deze kruisband remt de schuifbeweging naar achteren van het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen. De band zit vast aan de binnenzijde van het gewricht van het bovenbeen en verloopt naar de achterzijde van het scheenbeen. De band heeft een trompetvorm; bij het bovenbeen hij breed is en aan de kant van het onderbeen versmalt hij. De band is zeer stevig en er is een groot letsel nodig om de band te scheuren. De achterste kruisband is sterker dan de voorste kruisband. Hij bestaat uit twee bundels en is ongeveer 38mm lang.

Behandelmethoden

Conservatief
Bij een partiële ruptuur (kleine inscheuring) of bij relatief weinig klachten, krijgt u een conservatieve behandeling. Dat is bijvoorbeeld fysiotherapie. De klacht bij een kleine inscheuring is lichte instabiliteit.

Operatie
Tijdens de operatie wordt een donor-patellapees gebruikt als vervanging van de achterste kruisband. Twee aparte delen van de pees worden vastgezet met schroeven. De operatie wordt uitgevoerd via een incisie van ongeveer 15cm aan de achterzijde van het kniegewricht.

Na de operatie wordt het been op een motorslede (Kinetec) geplaatst. Dit is een apparaat dat de knie automatisch buigt en strekt, zonder dat u daar zelf iets voor hoeft te doen. Het apparaat gaat ’s nachts uit. De ervaring leert dat de pijn in de knie na de operatie zeer wisselend is. Pijn is niet helemaal te vermijden. Een goede pijnstilling is belangrijk voor het genezingsproces. Als u pijn hebt, vragen wij u dit kenbaar te maken, zodat de medicatie tegen de pijn kan worden aangepast.

Fysiotherapie

Dag 0 (operatiedag)
Het geopereerde been wordt op de operatiekamer op de motorslede geplaatst in 10° buiging zodat het onderbeen vlak onder de knie goede ondersteuning heeft.

Dag 1 na de operatie
Start met passief bewegen met behulp van de motorslede binnen een traject van 10°-30° buiging. ’s Nachts blijft de motorslede in bed. Hij staat dan uit en uw been ligt in een comfortabele positie.

Dag 2 na de operatie
Het traject waar de knie in beweegt wordt uitgebreid naar10°-90°. ’s Nachts blijft de motorslede in bed. Hij staat dan uit en uw been ligt in een comfortabele.

Dag 3 na de operatie
U mag voor het eerst uit bed. U ondersteunt zelf uw been onder de knie tijdens het uit bed stappen. U krijgt daarbij eventueel hulp. U loopt voor de eerste keer onder begeleiding van de fysiotherapeut met elleboogskrukken, 10kg belast met 10° buigstand van de knie.

Volledig strekken van de knie moet u voorkomen in verband met het losmaken van kniestructuren aan de achterzijde van de knie. Indien nodig krijgt u voor de eerste drie weken na de operatie een achterspalk of een brace aangemeten om volledige strekking tijdens het lopen de voorkomen. De operateur bepaalt of hier aanleiding vooris. Verder neemt de fysiotherapeut een aantal oefeningen met u door die u staand mag doen. U mag geen draaibewegingen maken met de knie. De motorslede gaat ’s nachts uit bed. Het onderbeen wordt net onder de knie ondersteund door een rolletje of een klein kussentje.

Ontslag

Als de pijn voldoende onder controle is en u volgens de fysiotherapeut goed met de elleboogkrukken loopt – ook op trappen - kunt u naar huis. Na uw ontslag krijgt u fysiotherapie op de polikliniek. Het accent ligt hierbij op herstel van een dynamisch looppatroon. Na 3 weken mag u de strekking van knieoefenen tot 0°. Deze strekking mag ook gebruikt worden tijdens het lopen.

Belasten van de knie
Zes tot acht weken na de operatie kunt u de knie normaal belasten. Het weglaten van de elleboogskrukken is afhankelijk van de stabiliteit van de knie en gebeurt in overleg met de fysiotherapeut en de specialist. Autorijden, fietsen en zwemmen (geen school- of rugslag) is toegestaan. U kunt de knie kunt langzaam meer belasten. Rotaties worden nog niet specifiek getraind. Passieve mobilisatietechnieken door de fysiotherapeut zijn niet toegestaan. U oefent actief ter verbetering van de mobiliteit, waarbij lopen als uitgangspunt wordt genomen. Verdere uitbreiding gebeurt na overleg van de orthopeed en fysiotherapeut

Patiëntenfolders

Deel deze pagina