Voor de opname brengt u een bezoek aan de polikliniek Anesthesiologie. De anesthesioloog beoordeelt uw gezondheidstoestand en regelt eventueel aanvullende onderzoeken, zoals een longfoto, CT-scan of MRI-scan. Ook krijgt u uitleg over de gang van zaken rondom de operatie.
De eerste dagen na de operatie helpt de verpleegkundige u bij uw dagelijkse verzorging. De verpleegkundige controleert regelmatig uw pols, bloeddruk en bloedverlies. De blaaskatheter wordt meestal de dag na de operatie verwijderd, het wondverband op de tweede dag na de operatie. Is de operatiewond met nietjes gesloten, dan verwijdert de arts de hechtingen zes tot tien dagen na de operatie. Verwijderen van de hechtingen is niet nodig als de wond onderhuids gehecht is.
De patholoog-anatoom onderzoekt het weggenomen weefsel onder de microscoop. Na tien tot veertien dagen bespreekt de arts de uitslag met u. U hoort dan ook of aanvullende behandeling, zoals chemotherapie of radiotherapie, noodzakelijk is.
Na de baarmoederoperatie kunt u geen kinderen meer krijgen. Vrouwen die voor de operatie nog niet in de overgang waren, komen daar nu vervroegd in.