Ontslag uit het ziekenhuis betekent nog niet dat u al volledig hersteld bent. Vaak zult u lichamelijk weer op krachten moeten komen. In principe kunt u uzelf na de opname zonder hulp verzorgen en al snel weer lichte werkzaamheden verrichten. Waarschijnlijk kunt u niet meteen al uw taken vervullen. Daarom is het belangrijk om tijdig, al vóór opname, na te gaan of u thuis hulp nodig heeft. Maak dit zonodig bespreekbaar op de polikliniek.
De eerste weken na de operatie kan de wond enigszins pijnlijk, verkleurd en gezwollen zijn. Dit verdwijnt na enige tijd. Ook een tintelend of doof gevoel langs de wondranden en aan de binnenzijde van de bovenarm is mogelijk. Dit kan maandenlang aanhouden en zelfs blijvend zijn. Als u een ablatio hebt gehad, kunt u enige tijd het gevoel hebben dat de weggehaalde borst er nog is. Dit heet fantoomgevoel.
Zijn er problemen met de wondgenezing, neemt u dan contact op met de mammacareverpleegkundige. Problemen kunnen zijn: toenemende roodheid, afscheiding, toenemende zwelling bij de wond of in de oksel, of koorts.
De poliklinische controles zijn bedoeld om eventuele bijwerkingen van de behandeling vast te stellen en te behandelen. En om in een vroeg stadium eventuele terugkeer van de ziekte op te sporen. Bij elke controle krijgt u een borstonderzoek op voelbare afwijkingen en één maal per jaar een mammografie. Er is ook aandacht voor eventuele lichamelijke klachten en/of psychosociale problemen als gevolg van de ziekte. Na vijf jaar wordt gekeken hoe de controles vervolgd zullen worden.
Veel vrouwen hebben niet veel pijn aan de wond van de borst, maar vooral aan de arm. Armoefeningen verbeteren de beweeglijkheid en verminderen de pijn. Wilt u pijnstilling gebruiken, vraag dan de mammaverpleegkundige naar de mogelijkheden.
U kunt een aanhoudend gevoel van uitputting ervaren dat niet verdwijnt na een goede nachtrust. Daardoor bent u lichamelijk en geestelijk minder actief dan u gewend was. Praat erover met uw arts en/of mammacareverpleegkundige. Zij kunnen u informatie en tips geven over hoe u kunt omgaan met vermoeidheid.
Het krijgen van kanker, de behandeling en alles wat ermee samenhangt, is vaak ingrijpend. Ingrijpend, omdat de diagnose kanker heel bedreigend is en omdat er zoveel is waarover u geen controle hebt. U, uw partner, kinderen en anderen in uw naaste omgeving hebben de tijd nodig om aan de nieuwe situatie te wennen. Het kan dan goed zijn op zoek te gaan naar een manier om over dit verdriet te praten, bijvoorbeeld met een vriend(in) of professionele hulpverlener.
Als de behandeling achter de rug is, begint u eigenlijk pas de ervaringen van de afgelopen periode te verwerken. Verwerken betekent dat u alles wat u hebt meegemaakt een plekje geeft zodat u weer verder kunt. Als de verwerking goed verloopt, merkt u vanzelf dat de daarbij behorende gevoelens langzaam maar zeker minder heftig worden.
Borstkanker en de bijbehorende behandelingen kunnen van invloed zijn op uw seksualiteit. Het feit dat u kanker hebt, kan er voor zorgen dat u minder zin hebt in seks. Het missen van een borst of van beide borsten speelt daarbij nog een extra rol. Voor veel vrouwen zijn borsten een onderdeel van hun vrouw-zijn. Ze zijn belangrijk bij seks en intimiteit met de partner. Bovendien kunnen aanvullende behandelingen als chemotherapie en hormoontherapie leiden tot een vervroegde overgang. Het is belangrijk om uw gevoelens over uw lichaam en het hebben van seks te delen met uw partner.
Ook bij uw partner kunnen negatieve gevoelens leiden tot minder zin in seks. De angst u te verliezen door de ziekte borstkanker of u pijn te doen tijdens het vrijen, kunnen hierbij een rol spelen. Probeer hier openlijk met elkaar over te praten.
De anticonceptiepil brengt veranderingen in de hormonale situatie teweeg. Het is niet duidelijk of dit bij borstkankerpatiënten een negatieve uitwerking heeft. Daarom adviseren we om voor alle zekerheid over te stappen op een ander, niet-hormonaal anticonceptiemiddel.
Vrouwen in de vruchtbare leeftijd lopen risico om door chemotherapie en/of hormonale behandeling onvruchtbaar te raken. Dit gebeurt bij 20 tot 30% van de behandelde vrouwen. Overweegt u een zwangerschap na uw behandeling, bespreek dit dan met uw specialist.