Bij een voorstadium van baarmoederhalskanker of een zeer kleine tumor is een kleine ingreep voldoende. U krijgt dan een lisexcisie of een conisatie.
Lisexcisie
Bij een lisexcisie haalt de gynaecoloog het afwijkende weefsel in de baarmoederhals weg met een metalen lisje. De elektrisch verhitte lis schilt het weefsel van de baarmoederhals weg. Door de hitte schroeien tegelijkertijd de bloedvaatjes dicht.
De operatie vindt meestal plaats onder plaatselijke verdoving. Soms is narcose of een ruggenprik nodig.
Conisatie
Bij een conisatie verwijdert de gynaecoloog het bovenste kegelvormige stukje van de baarmoedermond met een mesje. De baarmoeder zelf blijft intact. De operatie gebeurt onder narcose of verdoving door een ruggenprik.
Zwangerschap
Een lisexcisie en conisatie hebben geen effect op de vruchtbaarheid. Afhankelijk van de grootte van het weggenomen weefsel kan de kans op vroeggeboorte iets toenemen.