UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Groeihormoonbehandeling

Als u in overleg met uw arts kiest voor een groeihormoonbehandeling, krijgt u instructie van een verpleegkundige. U leert hoe u dagelijks groeihormoon spuit onder de huid. Op de polikliniek controleren we uw bloed op het IGF1-gehalte. Op basis daarvan bepaalt de arts de geschikte dosis voor u. Ook meten we regelmatig het glucosegehalte (suikergehalte) in uw bloed. Behandeling met groeihormoon in te hoge dosis kan immers leiden tot hoge glucoses.

Groeihormoon en de pil

Als u de anticonceptiepil gebruikt, dan hebt u vaak een wat hogere groeihormoondosis nodig. We verhogen de dosis stapsgewijs, aan de hand van het IGF1-gehalte in uw bloed. Als u stopt met de anticonceptiepil, hebt u weer een lagere dosis groeihormoon nodig. Neemt u dus eerst contact op met de arts om de dosis groeihormoon direct aan te passen. Als u doorgaat met de oude (hoge) dosis kunnen klachten ontstaan: botpijn, vocht vasthouden en ernstige hoofdpijn. Dit geldt overigens niet voor een gewone stopweek aan het einde van de strip.

Groeihormoon en zwangerschap

Al voor de zwangerschap, tijdens de zwangerschap en tijdens de borstvoeding moet u stoppen met de groeihormoonbehandeling. Daarna kunt u weer beginnen, maar overleg eerst met uw arts. Vaak hebt u namelijk eerst een lagere dosis nodig dan u gewend was.

Vergoeding groeihormoonbehandeling

Voor de behandeling met groeihormoon hebt u toestemming nodig van uw zorgverzekering. De behandeling is erg duur. Uw arts dient hiervoor een schriftelijk verzoek (machtiging) in bij uw zorgverzekeraar. De verpleegkundig consulent endocrinologie kan u hier meer over vertellen.

Deel deze pagina