UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Cryochirurgie

Cryochirurgie betekent letterlijk: “het beschadigen van weefsel door de lokale inwerking van zeer lage temperaturen”. Deze techniek wordt toegepast bij goedaardige en sommige vormen van kwaadaardige bottumoren.
Bij het verwijderen van de tumor uit het bot bestaat de mogelijkheid
dat er hele kleine deeltjes tumorcellen achterblijven die vervolgens een
nieuwe tumor zouden kunnen vormen. Daarom wordt de ruimte waar
de tumor is verwijderd bevroren met vloeibare stikstof tot ongeveer 100 Celsius om eventueel achtergebleven tumorcellen te doden.

De behandeling

De behandeling door middel van cryochirurgie ziet er stapsgewijs als
volgt uit:

  • Op de plek waar de tumor zich in het bot bevindt wordt in het bot een luikje gemaakt en door middel van een scherp lepeltje wordt de tumor uit het bot geschraapt.
  • Vervolgens wordt in de resterende holte een soort “pistool” gehouden die vloeibare stikstof sprayt. Om er zeker van te zijn dat alle achtergebleven tumorcellen worden gedood, wordt de bevriezing tot in het gezonde weefsel doorgezet. Dit sprayen van stikstof wordt drie maal snel achter elkaar herhaald. Dit is te vergelijken met het bevriezen van een wratje of moedervlek.
  • De achtergebleven holte wordt opgevuld met botsplinters uit de botbank.
  • Indien nodig wordt het bot nog versterkt met een plaat en schroeven.

Mogelijke complicaties

Zoals beschreven wordt de bevriezing doorgezet tot in het gezonde
weefsel. Dit houdt in dat ook dit gezonde weefsel (tijdelijk) beschadigd kan worden. Dit betekent dat er een kans is op:

  • Tijdelijke beschadiging van zenuwweefsel. Herstel hiervan kan enkele maanden duren.
  • Wondinfectie.
  • Breuken van het bot.

Na de behandeling

Door het bevriezen van het bot en het gebruik van botsplinterss duurt
het enige maanden voordat het bot weer stevig genoeg is om volledig te worden belast.

direct naar

Deel deze pagina