Bij een allogene stamceltransplantatie halen we de stamcellen uit het bloed (of uit het beenmerg) van een geschikte donor. Bij een lymfocyteninfusie halen we de lymfocyten uit het bloed. De donor kan een familielid zijn, meestal een broer of zus. Is er geen geschikte donor in de familie, dan kunnen we zoeken naar een niet-verwante donor.
In de Patiënt Informatie Map (PIM) Allogene Stamceltransplantatie vindt u alle informatie voor patiënten die een allogene stamceltransplantatie ondergaan. In de Donor Informatie Map Familiedonoren vindt u alle informatie die u voorbereid op het donorschap.
Behandelingen allogene stamceltransplantatie
De specifieke behandelingen bij een allogene stamceltransplantatie zijn:
- Behandeling: voorbereiding idarubicine, cyclofosfamide en totale lichaamsbestraling;
- Behandeling: voorbereiding Anti-Thymocyten Globuline (ATG), cyclofosfamide en fludarabine;
- Behandeling: voorbereiding
idarubicine, cyclofosfamide en busulfan;
- Behandeling: bij Multipel Myeloom/Ziekte van Kahler (voorbereiding cyclofosfamine en fludarabine);
- Behandeling: voorbereiding Anti-Thymocyten Globuline (ATG), cyclofosfamide en totale lichaamsbestraling;
- Behandeling: voorbereiding cyclofosfamide en fludarabine (volgens PSCT-03).