Als vrouwen met borstkanker niet in aanmerking komen voor borstsparende operatie, dan wordt de hele borst verwijderd. Sommige vrouwen kiezen hier zelf voor.
Verwijdering van de hele borst, inclusief de tepel, heet ablatio. De ribben blijven bedekt door de borstspier. Door de operatie ontstaat een vrij groot litteken.
De borstwand is niet altijd glad, maar kan iets verdikt zijn. Dit herstelt zich meestal na een paar maanden. De borsthuid is veel minder gevoelig of helemaal gevoelloos. Rond het litteken is er in het begin soms helemaal geen gevoel meer. Dat kan later nog iets bijtrekken. Soms wordt een deel van de borsthuid juist extra gevoelig.
De uitslag
Ongeveer tien werkdagen na de operatie is de uitslag bekend van het weefselonderzoek. De patholoog bekijkt in het weggenomen weefsel of de tumor in zijn geheel is verwijderd (radicaal). Als het gezwel (mogelijk) niet ruim genoeg is weggenomen, volgt in sommige gevallen bestraling.
Ook kijkt de patholoog naar eigenschappen van de tumor, zoals grootte, groeiwijze en hormoongevoeligheid. Op grond van de uitslag wordt bepaald of aanvullende behandeling nodig is. Bijvoorbeeld chemotherapie, hormoontherapie of immunotherapie.