UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Waaruit bestaat een onderzoek naar vermoeidheidsklachten

Oriënterend gesprek

Na aanmelding door de verwijzer en  het invullen van de screeningslijst (link: wat gebeurt er na verwijzing?) wordt de patiënt opgeroepen voor een gesprek (duur meestal 1 uur) met één van de psychologen van het Kenniscentrum. Er wordt nader op de vermoeidheidsklachten en andere klachten ingegaan. Besproken wordt hoe uw klachten zijn ontstaan, welke factoren erop van invloed zijn, welke beperkingen u ondervindt en wat u gedaan heeft om verbetering in uw situatie aan te brengen. Vervolgens worden er vermoeidheidsmetingen afgesproken.

Metingen

Hiervoor  worden twee vervolgafspraken gemaakt. Er worden dan vragenlijsten en tests afgenomen om de vermoeidheid en de hiermee samenhangende factoren vast te stellen.
1e vervolgafspraak voor metingen: Met behulp van de Testorganizer (een geautomatiseerd testprogramma) wordt de patiënt doorgelicht op factoren die van belang zijn voor chronische vermoeidheid. Deze factoren zijn, onder andere, het activiteitenniveau, opvattingen over de vermoeidheid, het sociaal functioneren en ervaren sociale steun, de reactie op lichaamssensaties en de beperkingen in het dagelijks functioneren. De metingen worden uitgevoerd door een psychologisch medewerker. De patiënt krijgt een actometer mee, een instrument ter grootte van een luciferdoosje, dat de patiënt met een bandje om zijn been draagt en waarmee het activiteitenniveau bepaald kan worden. De patiënt draagt deze actometer gedurende twee weken en houdt gedurende deze periode een gestandaardiseerd dagboek bij.
De eerste vervolgafspraak duurt minmaal  1½ uur.
2e vervolgafspraak voor metingen, 2 weken later: De actometer en het dagboek worden ingenomen. Er vindt een beknopt neuropsychologisch onderzoek plaats naar concentratie, geheugen en mentaal tempo.

De tweede vervolgafspraak duurt ongeveer 1½ uur.

Alle uitslagen van de vermoeidheidsdiagnostiek worden beoordeeld door de psycholoog en besproken in het overleg.  Zo nodig wordt nog extra informatie ingewonnen bij de verwijzer. Daarna volgt het uitslaggesprek.

Het uitslaggesprek

De onderzoeksuitslagen en het advies worden door de psycholoog met de patiënt, bij voorkeur in aanwezigheid van de naastbetrokkenen, besproken. De verwijzer ontvangt schriftelijk bericht van de uitslag van het onderzoek en het advies.

Advies

Op grond van de vermoeidheidsdiagnostiek wordt een advies geformuleerd. Er zijn globaal de volgende  mogelijkheden: 

  • De diagnose chronisch vermoeidheidssyndroom wordt nogmaals bevestigd. U komt afhankelijk van de vermoeidheidsdiagnostiek in aanmerking voor:
    • Individuele cognitieve gedragstherapie (link CGT), of
    • Groepsbehandeling. Als u aangegeven heeft in een groep behandeld te willen worden en u denkt in een groep goed te functioneren. (link groepsbehandeling)
    • Zelfbehandeling. (link zelfbehandeling)
  • De diagnose chronisch vermoeidheidssyndroom wordt niet bevestigd. Er is waarschijnlijk iets anders aan de hand. Er volgt een advies voor nadere diagnostiek en/of behandeling elders omdat er problemen zijn geconstateerd die op een ander gebied liggen en die een verklaring kunnen vormen voor de huidige klachten. Ook kan het zijn dat andere problemen eerst behandeld moeten worden voordat de vermoeidheid aangepakt kan worden.
  • Soms komt het voor dat er waarschijnlijk wel sprake is geweest van het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), maar nu niet meer. Er is al verbetering opgetreden. Of er is een andere verklaring voor de chronische vermoeidheidsklachten, die de diagnose CVS uitsluit. In dat geval zullen aan u gerichte adviezen worden gegeven. Soms wordt een kortdurende behandeling (vorm van cognitieve gedragstherapie) aangeboden.

Behandeling

Als u behandeling aangeboden krijgt is dit altijd een vorm van cognitieve gedragstherapie voor CVS, omdat deze behandeling het meest effectief  is gebleken.

Er zijn drie mogelijkheden. Wat u aangeboden wordt,  is afhankelijk van de uitkomsten van de vermoeidheidsdiagnostiek. 
  1. Individuele behandeling met cognitieve gedragstherapie
    Deze behandeling bestaat uit 14 tot 16 bijeenkomsten met de therapeut over een periode van zes maanden.
  2. Groepsbehandeling
    Groepsbehandeling bestaat uit 14 groepsbijeenkomsten van 2 uur per keer in een groep van 4 of van 8 personen, die ook CVS hebben.

  3. Zelfbehandeling met behulp van een werkboek en email ondersteuning
    Bij zelfbehandeling krijgt u een werkboek dat u zelfstandig doorwerkt, waarbij u feedback kunt vragen bij de therapeut met wie u om de twee weken per email contact houdt.
    Zie zelfbehandeling

Gewoonlijk zal u ook gevraagd worden om aan wetenschappelijk onderzoek mee te doen.

Nameting en vervolgcontact

Na elke behandeling zal er opnieuw een meting plaatsvinden. Deze meting helpt om te bepalen of de behandeling geslaagd is. De uitkomsten van deze meting worden met u nabesproken. Daarnaast zal de behandelaar met u evalueren of u de door u gestelde doelen behaald hebt. In datzelfde gesprek worden (zo nodig) vervolgafspraken gemaakt.

Ongeveer een half jaar na het einde van de behandeling (en de nameting) zal er een vervolgmeting en een eindgesprek met u afgesproken worden. In dit eindgesprek worden de uitkomsten van de vervolgmeting met u besproken.

Nazorg

Als de behaalde resultaten voldoende zijn, krijgt u nazorg. Het doel van de nazorg is, dat u de door u behaalde resultaten vast houdt.

Waar nodig zullen we u daarbij helpen. Dit houdt in dat u elk jaar in ongeveer dezelfde maand een korte vragenlijst invult. Hiermee kunnen we zien of het nog steeds goed gaat met u. U kunt op deze lijst aangeven of u feedback wilt krijgen op de uitkomsten van de  lijst. De behandelaar geeft u dan per email de uitslag door.

Natuurlijk mag u ook altijd per email of per telefoon zelf contact opnemen met uw behandelaar.

direct naar

Deel deze pagina