ADHD staat voor 'Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder'. In het Nederlands betekent dit 'Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit'. Bij kinderen is deze stoornis al veel langer bekend. Kinderen met ADHD zijn vaak druk en beweeglijk, hebben moeite met concentreren en presteren daardoor vaak slecht op school.
Er werd altijd van uitgegaan dat de klachten samenhangend met ADHD vanzelf over gingen als het kind ouder werd. Pas sinds enkele jaren is duidelijk geworden dat klachten als hyperactiviteit, impulsiviteit en concentratieproblemen ook op volwassen leeftijd kunnen doorgaan. Ook door de invloed van de media werd dit in relatief korte tijd bekend. Patiënten hebben zichzelf hierin herkend en ook steeds meer hulpverleners zijn op die manier in aanraking gekomen met ADHD.
Bij ADHD is sprake van een sterke erfelijke aanleg, waarbij verscheidene nog onbekende genen betrokken zijn; omgevingsfactoren bepalen in welke mate deze aanleg tot uiting komt in ADHD-symptomen. Deze omgevingsfactoren spelen vooral tijdens de zwangerschap en tijdens of na de bevalling een belangrijke rol.
Factoren tijdens zwangerschap:
- gebruik van drugs, alcohol of nicotine door moeder
- hoge bloeddruk
Factoren tijdens/na bevalling:
- laag geboortegewicht
- vroeggeboorte
- zuurstofgebrek
- hersenvliesontsteking
- loodvergiftiging
Bij kinderen heeft 3 tot 5% ADHD. De verdeling tussen jongens en meisjes is 3 tot 4:1. Van hen houdt 50% last van ADHD in de volwassenheid. ADHD komt voor bij ongeveer 1 tot 2% van de volwassenen. De verdeling tussen mannen en vrouwen is 2:1. Bij vrouwen wordt ADHD vaak pas later ontdekt. Dit komt omdat bij meisjes het onoplettende type van ADHD (ook wel ADD genoemd) vaker voorkomt. Bovendien is minder vaak sprake van agressief en lastig gedrag. Hulp wordt dus minder snel ingeschakeld.