Wondgenezing is doorgaans vanzelfsprekend en vindt plaats volgens een vast patroon van opeenvolgende en deels overlappende fasen: hemostase, inflammatie, proliferatie en remodellering met ieder een bepaalde duur. Uit de literatuur blijkt dat er geen duidelijke termijn is voor een wond bij ongecompliceerde genezing gesloten hoort te zijn. Deze periode mag volgens de expertgroep twee tot vier weken duren. Als een wond niet in die periode geneest, spreken we van een verstoorde wondgenezing.
Een complexe wond is een wond met een verstoorde genezingstendens als gevolg van pathofysiologische factoren (verstoringen in de fysiologie). Ook van invloed kunnen zijn:
- psychosociale verstoringen;
- onvoldoende kennis en/of vaardigheden van adequate wondzorg bij professionals;
- onvoldoende inbedding van adequate wondzorg in een zorginstelling.
Voorbeelden van veel voorkomende complexe wonden zijn:
- arteriële en/of veneuze beenulcera;
- decubituswonden;
- diabetische voetulcera.
Minder frequent voorkomende wonden zijn de oncologische ulcera, diepe brandwonden en bestralingswonden.
Een complexe wond is vaak het gevolg van ‘onderliggend lijden’ of een complicatie van een behandeling, maar kan ook een primaire klacht zijn. Voor de behandeling en verzorging van een complexe wond krijgt de patiënt met diverse professionals te maken. De oorzaak en de ernst van de wond bepalen wie dit zijn. Bijvoorbeeld de huisarts, medisch specialist, verpleegkundig specialist, wondconsulent, paramedicus (zoals huidtherapeut, podotherapeut, diëtist), of apotheker. De algemene consensus is dat één medicus de hoofdbehandelaar is en daarmee eindverantwoordelijk voor de behandeling. Wondzorg vindt gedeeltelijk plaats via de reguliere verwijzingslijnen en gedeeltelijk via een informeel behandel- en verwijzingscircuit. Hierin hebben met name wondconsulenten of wondverpleegkundigen een prominente rol: zij initiëren behandelingen en verwijzen patiënten.
Medisch specialisten (dermatologie, plastische-, vaat-, en algemeen chirurgie) zijn van oudsher de hoofdbehandelaar van bepaalde patiëntengroepen. Het gaat hierbij meestal om diagnostiek en behandeling van het onderliggende lijden. Voor de lokale behandeling van de complexe wond verwijzen de medisch specialisten de patiënt vaak door naar een (gespecialiseerd) verpleegkundige.
Voor de verbetering van de wondzorg in Nederland is het aan te bevelen de complexe wond als een aparte aandoening te beschouwen. Daar is een opzichzelfstaand behandeltraject voor nodig met een duidelijke structuur en centrale regie. De behandeling van een patiënt met een complexe wond bestaat namelijk niet alleen uit het bestrijden van een complicatie van behandeling of ziekte. Het vereist een opzichzelfstaand primair proces waarvan anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek onmisbare onderdelen zijn. Deze onderdelen zijn noodzakelijk voor het stellen van een juiste diagnose en het opstellen van een adequaat behandelplan.
De uitvoering, coördinatie en overdracht van wondzorg wordt nu veelal gekenmerkt door diversiteit en onduidelijkheid. Om dit te verbeteren, dient de patiënt met een complexe wond een patiëntgebonden wonddossier te krijgen. Hierin worden alle aspecten van de behandeling, het hoofdbehandelaarschap en ook de betrokken (geconsulteerde) disciplines vastgelegd. In dit dossier is ook ruimte voor de patiënt zelf om de voortgang te evalueren en vragen op te schrijven.
Patiënten met complexe wonden moeten hun behandeling krijgen in gespecialiseerde wondklinieken (wondexpertisecentra) door een multidisciplinair wondteam. Zowel voor de verwijzer als de patiënt moet duidelijk zijn wat een wondexpertisecentrum doet en hoe de verwijzing moet verlopen.
Snelle doorverwijzing en terugverwijzing van een patiënt met een complexe wond wordt beschouwd als een voorspeller voor de behandeling met de beste uitkomst voor een patiënt. Als een wond gedurende een bepaalde tijd en bij ingezette behandeling niet of te weinig geneest, moet de patiënt doorverwezen worden naar een wonddeskundige. De termijn voor die doorverwijzing ligt tussen de twee en drie weken.