Bijnier
De twee bijnieren liggen boven op beide nieren. De bijnier is een zelfstandig orgaan en heeft weinig met de nier te maken. In de bijnier worden veel soorten hormonen gemaakt. Het bijniermerg (de kern) produceert adrenaline. De bijnierschors (de schil) maakt drie bijnierschorshormonen:
- Cortisol (stresshormoon) zorgt voor een normale bloeddruk en bloedsuikers en voor de stofwisseling. Het regelt hoe het lichaam omgaat met stress zoals infecties.
- Aldosteron (zouthormoon) zorgt voor de balans van water en zout in het lichaam. Als er te weinig zout in het lichaam is (bijvoorbeeld door flink transpireren), dan zorgt aldosteron dat de nieren zout vasthouden. Is er te veel zout in het lichaam, dan daalt het aldosterongehalte in het bloed en zullen de nieren extra zout uitplassen.
- Androgenen (mannelijke hormonen) zorgen voor de ontwikkeling van de uitwendige geslachtsorganen, beharing en groei.
De aanmaak van de bijnierschorshormonen is complex. Het basismateriaal (cholesterol) wordt stap voor stap omgebouwd tot de verschillende hormonen. Voor elke tussenstap is steeds een andere hulpstof (enzym) nodig.
Te veel bijnierhormonen
Maakt de bijnierschors of het bijniermerg te veel hormonen, dan is er sprake van een van de volgende ziektebeelden:
Om de diagnose te stellen gebruiken we bloedonderzoek, urineonderzoek, röntgenonderzoek en nucleair onderzoek.
Te weinig bijnierhormonen
Een tekort aan bijnierhormonen vinden we bij de volgende aandoeningen:
- Aangeboren stoornis in aanmaak van bijnierschorshormonen: adrenogenitaal syndroom.
- Verworven (niet-aangeboren) tekort aan bijnierschorshormonen:
Om de diagnose te stellen gebruiken we bloedonderzoek en functieonderzoek van de bijnier.
Bijniertumor
Een gezwel van de bijnier wordt vaak per toeval ontdekt. Bijvoorbeeld bij een CT-scan van de buik om een andere reden. We noemen deze bevinding dan een bijnierincidentaloom. Meestal is een gezwel goedaardig en is behandeling niet nodig. Als een goedaardig gezwel te veel bijnierhormonen maakt, dan is het vaak wel nodig om de bijnier met een operatie te verwijderen. In zeldzame gevallen is het gezwel kwaadaardig. Ook dan adviseren we vaak een bijnieroperatie.
Functieonderzoek
Om de bijnierfunctie nauwkeuriger te meten is vaak functieonderzoek nodig. U krijgt dan een stimulatietest:
- Bij verdenking op primaire bijnierschorsinsufficiëntie krijgt u vaak een korte Synacthentest.
- Is er verdenking op secundaire bijnierschorsinsufficiëntie, dan krijgt u meestal een Insuline Tolerantie Test. Tenzij er medische redenen zijn om hiervan af te wijken.
Bloedonderzoek bijnierschorshormonen
We meten de concentraties van bijnierschorshormonen in het bloed. Daarmee onderzoeken we of de bijnier goed werkt. We kijken naar de basale hormoonspiegels in het bloed. Dat wil zeggen dat er geen hormonen uit medicijnen in uw bloed zitten.
Voor cortisol is de meting optimaal vroeg in de ochtend, (uiterlijk om 9.00 uur). De aanmaak van cortisol heeft een dagnachtritme. ’s Ochtends zit er het meeste corstisol in het bloed. Daarom nemen we het bloed ‘s ochtends af.
Overig bloedonderzoek
Er zijn vaak nog andere afwijkingen in het bloed te vinden:
- laag natriumgehalte
- bij patiënten met primaire bijnierschorsinsufficiëntie: hoog kaliumgehalte
- bij patiënten met primaire bijnierschorsinsufficientie: laag aldosteron
- bij vrouwen: laag DHEA (zwak mannelijk hormoon uit de bijnier)
Behandeling bijnierschorsinsufficiëntie
Voor behandeling van bijnierschorsinsufficiëntie krijgt u hormoontabletten. De hormonen in de tabletten vervangen de hormonen die de bijnierschors niet meer zelf produceert (substitutietherapie).
- Primaire bijnierschorsinsufficiëntie: glucocorticoïden (vervangers van cortisol) en bijna altijd ook mineralocorticoïden (vervangers van aldosteron).
- Secundaire bijnierschorsinsufficiëntie: meestal alleen glucocorticoïden, zonder toevoeging van mineralocorticoïden.
Behandeling met glucocorticoïden
De meeste patiënten met bijnierschorsinsufficiëntie krijgen hormoontabletten met glucocorticoïden:
- hydrocortison (lijkt het meest op het natuurlijke cortisol),
- cortisonacetaat: wordt na opname in het lichaam eerst omgezet in cortisol.
Gewoonlijk krijgt u hydrocortison in 2 of 3 doses. De hoogste dosis krijgt u 's ochtends. Het doel is om het natuurlijke cortisolritme zo veel mogelijk na te bootsen.
Stressinstructies ter voorkoming van Addisoncrisis
(Koortsende) ziekten en andere vormen van stress kunnen een Addisoncrisis veroorzaken. Dit is een levensbedreigende situatie. Het is daarom van groot belang dat u goed weet wat u moet doen om deze situatie te voorkomen.
Bij stress is de cortisolbehoefte verhoogd. U moet dan de dosis glucocorticoïden verhogen. Bij herhaaldelijk braken of ernstige diarree en bij bewusteloosheid moeten de glucocorticoïden met een injectie toegediend worden.
Als patiënt kunt u leren zelf de dosis glucocorticoïden aan te passen. Ook kunt u leren uzelf een injectie te geven met glucocorticoïden. Een verpleegkundig consulent kan u individueel instructie geven. U kunt ook deelnemen aan een groepsbijeenkomst. In de informatiefolder vindt u uitgebreide informatie over de therapie. Bekijk ook eens de instructiefilm.
Behandeling met mineralocorticoïden
Uw bijnier maakt te weinig aldosteron, meestal door de ziekte van Addison. U krijgt dan het medicijn fludrocortison. Fludrocortison is een mineralocorticoïd. De werking komt sterk overeen met die van het bijnierschorshormoon aldosteron.
De juiste dosis fludrocortison wordt vastgesteld door meting van de bloeddruk, van mineralen en van het aansturend hormoon renine in het bloed. Renine stuurt de aanmaak van aldosteron.
Verschijnselen van een te lage dosis fludrocortison zijn sterke zoutbehoefte en duizeligheid, vooral bij gaan staan. Bij overdosering kunt u last krijgen van oedeem (vochtophoping) en hoge bloeddruk.