UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Dossier Schildklier

De schildklier is een klein vlindervormig orgaan, laag voor in de hals. Soms kunt u de schildklier voelen door met uw handen uw hals af te tasten terwijl u slikt. Niet iedereen kan zijn schildklier goed voelen. De schildklier is sterk doorbloed. Aan beide zijden van de schildklier loopt een stembandzenuw. Naast de schildklier liggen vier bijschildkliertjes die zorgen voor de regeling van calcium en fosfaat in het lichaam. De werking van de bijschildkliertjes staat los van de schildklierwerking.


Werking schildklierhormoon

De schildklier maakt schildklierhormoon aan in twee vormen: thyroxine (T4) en trijoodthyronine (T3). Voor de aanmaak van schildklierhormoon is jodium nodig. U houdt de jodiumvoorraad in uw lichaam op peil door uw voeding. Brood, gejodeerd tafelzout, zeevis en eieren bevatten jodium. Na het aanmaken van het schildklierhormoon, slaat uw schildklier het hormoon tijdelijk op. Daarna geeft hij het af in de bloedbaan. Zo verspreidt het hormoon zich door het hele lichaam. Alle organen en weefsels zetten het T4 vervolgens om in T3, het actieve hormoon. Het hormoon zorgt voor een goede stofwisseling en voor de regeling van uw lichaamstemperatuur. Bij kinderen is schildklierhormoon ook belangrijk voor de groei en de geestelijke ontwikkeling.

Hypofyse stimuleert de schildklier

Uw schildklier stemt de aanmaak van het schildklierhormoon af op uw behoefte. Een nauwkeurig regelmechanisme tussen uw schildklier en uw hypofyse (de hormoonklier onder de hersenen) zorgt hiervoor. De hypofyse maakt een hormoon dat uw schildklier stimuleert: thyroïd stimulerend hormoon (TSH). Het TSH zorgt ervoor dat uw schildklier schildklierhormoon aanmaakt en afgeeft. Als er voldoende schildklierhormoon vrijkomt, gaat er een signaal naar de hypofyse dat er voldoende is en maakt de hypofyse minder TSH aan. Daarmee is de cirkel rond. Overigens heeft de hypothalamus ook invloed op de hypofyse. De hypothalamus ligt wat hoger in de hersenen. Op de Endocriene Ziekten Schildklierpolikliniek onderzoeken en behandelen we schildklierziektes.

Lichamelijk onderzoek naar de schildklier

Uw behandelend arts kan uw schildklier soms voelen door uw hals af te tasten terwijl u slikt. Als u een lichamelijk onderzoek heeft naar een schildklierknobbel, voelt de arts met extra aandacht naar de vorm, de ligging en de stevigheid van de knobbel. Soms kan de arts u na dit onderzoek al meer duidelijkheid geven over de aard van de knobbel. In andere gevallen is het nodig om een punctie uit te voeren. De arts zoekt bij het voelen van uw hals ook naar lymfeklieren. Lymfeklieren zijn soms opgezet door een ontsteking of door een gezwel.

Bloedonderzoek schildklier

De werking van uw schildklier is te meten via bloedonderzoek. Bij het meest gebruikte onderzoek hiervoor, bepalen we de waardes van TSH en van vrijT4 (fT4). VrijT4 is het gedeelte van het T4 dat vrij in uw bloed stroomt en niet gebonden is aan eiwit. Alleen in zeldzame gevallen, bijvoorbeeld als u medicijnen gebruikt die de T4-waarde beïnvloeden, bepalen we met het bloedonderzoek de T3-waarde. De verhouding van TSH en fT4 geeft een goed beeld van de werking van uw schildklier of de dosis schildklierhormoon. In het algemeen geldt: verhoogd TSH en verlaagd fT4 duidt op een te traag werkende schildklier, verlaagd TSH en verhoogd fT4 betekent een te snel werkende schildklier.

Oorzaak afwijkende schildklierwerking

We kunnen ook antistoffen tegen uw schildklier in het bloed meten:

  • Anti-thyroidperoxidase (anti-TPO) bij hypothyreoïdie

  • TSH-receptor stimulerende antistoffen (TSI) bij hyperthyreoïdie

Hiermee krijgen we extra informatie over de oorzaak van de afwijkende schildklierwerking.

Deel deze pagina