UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Dossier Hypofyse

Hypofyse

De hypofyse (ook wel hersenaanhangselklier genoemd) ligt in de schedelbasis, achter de neusrug. Met een steel is de hypofyse verbonden met de rest van de hersenen. Vlak langs de hypofyse lopen belangrijke bloedvaten en de oogzenuw. In de hypofyse worden verschillende hormonen gemaakt. Sommige van deze hypofysehormonen werken direct (bijvoorbeeld groeihormoon en prolactine). Andere hypofysehormonen gaan via de bloedbaan naar andere hormoonklieren (zoals schildklier, eierstokken, testikels en bijnieren). Deze klieren kunnen daardoor weer op hun beurt hormonen aanmaken.

Hypofysetumor

In de hypofyse kan een gezwelletje ontstaan, meestal goedaardig. Het gezwel kan leiden tot een teveel aan hormonen. Maar als het gezwel drukt op het gezonde hypofyseweefsel, ontstaat er juist een tekort aan hormonen. Als het gezwel erg groot is, kan het ook op uw oogzenuw drukken. Hierdoor krijgt u gezichtsvelduitval. U ziet dan niet meer goed aan de randen van uw blikveld. De meeste hypofyseaandoeningen ontwikkelen zich langzaam, in de loop van jaren.

Teveel hypofysehormonen

Ziektes waarbij een hypofysegezwel teveel hormonen maakt zijn:

De klachten die bij deze aandoeningen passen, ontstaan vaak geleidelijk en zijn soms vaag. Daarom komen deze hypofysetumoren soms pas na jaren aan het licht.

Andere hypofyseaandoeningen

Een hypofysegezwel kan ook niet-actief zijn. Dan maakt het geen hormonen aan. We noemen dat een niet-functionerend hypofyse-adenoom. Andere aandoeningen van de hypofyse zijn:

  • syndroom van Sheehan (uitval van hypofysefunctie na een gecompliceerde bevalling);
  • craniopharyngeoom (goedaardige, zeldzame hypofysetumor); 
  • diabetes insipidus (overmatige wateruitscheiding).

Er is sprake van (partieel) hypopituitarisme als de hypofyse-functie gedeeltelijk is uitgevallen.

Bloedonderzoek hypofyse

De werking van uw hypofyse kunnen we meten met bloedonderzoek. Daarmee meten we hoeveel van de verschillende hypofysehormonen wordt aangemaakt. Meestal meten we het hypofysehormoon én het bijpassende vervolghormoon uit de andere hormoonklier. 

Hypofysehormoon   

Vervolghormoon

TSH (hypofyse)     VrijT4 (schildklier)
ACTH (hypofyse) Cortisol (bijnier)
LH/FSH (hypofyse)  Oestradiol  (eierstok) of testosteron (testikel)
Overig: prolactine, groeihormoon  

De aanmaak van groeihormoon meten we met IGF1 (insulin like growth factor 1). IGF1 geeft de gemiddelde groeihormoonwaarde weer. Alle hypofysebloedtesten samen noemen we vaak de hypofyseprik.

Functie-onderzoek hypofyse

Als de uitslag van het hypofyse-bloedonderzoek niet helemaal duidelijk is, doen we een stimulatietest, bijvoorbeeld de insuline-tolerantietest. Bij die test krijgt u insuline toegediend en nemen we bloed af voor het bepalen van cortisol (bijnierschorshormoon) en groeihormoon.

MRI hypofyse en gezichtsveldonderzoek

Met een gezichtsveldonderzoek bepaalt de oogarts of de hypofysetumor op uw gezichtszenuw drukt. Een MRI-scan brengt uw hypofyse in beeld.

Behandeling hypofysetumor

Hebt u een hypofysetumor met acromegalie of Cushing, dan is operatie meestal de eerste keus. Voor de operatie krijgt u tijdelijk een voorbehandeling met medicijnen.

Een prolactinoom behandelen we meestal met tabletten. Een operatie is vaak niet nodig.

Heeft de hypofysetumor geen hormonale activiteit en drukt deze niet op de oogzenuw? Dan kunnen we afwachten. De tumor hoeft pas operatief verwijderd te worden als er afwijkingen ontstaan in het gezichtsvermogen doordat de tumor op de oogzenuw drukt. Bij de meeste de patiënten herstelt het gezichtsvermogen zich na de operatie.

We controleren u op de polikliniek. Elke één tot drie jaar krijgt u een MRI om te zien of de tumor groeit.

Meer informatie

Deel deze pagina