UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Doelstelling Onderzoeksstage

De wetenschappelijke vorming is naast de meer concrete beroepsvoorbereiding een belangrijke pijler onder het medisch onderwijscontinuüm. Daarbij gaat het om kennis van wetenschappelijke methoden, bepaalde vaardigheden om deze toe te passen, en om de ontwikkeling van een wetenschappelijke attitude.

In de wetenschappelijke vorming kan in het kerncurriculum van de Nijmeegse studie geneeskunde een duidelijke opbouw worden onderkend. Een drietal stappen kunnen worden onderscheiden:

  • Er wordt een start gemaakt in de Bachelorfase in de lijn ‘Medisch Professionele Vorming’ (voorheen de lijn ‘Grondslagen en Methoden’).
  • Voortzetting en accentuering vindt plaats aan het einde van de Bachelorfase, namelijk in het keuzeonderwijs en in de blokoverstijgende Praktijkoriëntatie Wetenschapsbeoefening – Researchvoorstel (5BOSA8) waarin een onderzoeksvoorstel moet worden geschreven over een actueel thema uit een keuzeblok.
  • De onderzoeksstage in de Masterfase, in het vierde of zesde jaar, vormt een voorlopige afronding.

De onderzoeksstage dient te worden geïnterpreteerd als een onderwijsactiviteit c.q. leeractiviteit. Hetzelfde geldt voor het maken van het verslag. Deze activiteiten worden opgevat als een oefening in het doen van onderzoek en niet als een proeve van bekwaamheid als onderzoeker. Dit laat onverlet dat studenten het niveau van min of meer zelfstandig onderzoeker zouden kunnen bereiken.

Algemene leerdoelen

  1. De student kan aangeven welk motief er voor het onderzoek is, welk belang het dient en in welke medisch-wetenschappelijke context het geplaatst kan worden. 
  2. De student kan een definitief onderzoeksontwerp voorstellen op basis van de volgende vaardigheden: a) literatuur opsporen, kritisch lezen en systematisch reviewen, b) de vraagstelling toespitsen/uitdiepen op basis van de literatuur en c) een bij de definitieve vraagstelling passend onderzoeksontwerp formuleren.
  3. De student kan het voorgestelde onderzoek organiseren en uitvoeren. 
  4. De student kan de verzamelde gegevens systematisch analyseren. 
  5. De student kan de resultaten helder beschrijven en overzichtelijk samenvatten in tabellen en figuren. 
  6. De student kan meetfouten en andere beperkingen in de verzamelde gegevens weergeven. 
  7.  De student kan kritisch reflecteren op opzet en resultaten van het onderzoek. 
  8.  De student kan schriftelijk rapporteren over het onderzoek conform de eisen die daar qua inhoud en vorm aan gesteld worden.
  9. De student kan in een beknopte mondelinge presentatie de uitkomsten van het onderzoek presenteren ten overstaan van de afdeling waar het onderzoek is verricht en is in staat daarover een goede discussie te voeren.

Literatuur

Verplicht is het kernboek "Handleiding medisch-wetenschappelijk onderzoek" (vijfde druk, 2009). Auteurs: Zielhuis, Heydendael, Maltha en Van Riel. Uitgegeven door Elsevier Gezondheidszorg (eventueel te koop via de MFVN-boekenaanschaf).
Verder biedt het boek “Publiceren in biomedische tijdschriften. Een praktische handleiding” (1999) een goede ondersteuning bij het doen van medisch-wetenschappelijk onderzoek. Auteurs: Overbeke, Van Gijn, Hart en Walvoort. Uitgegeven door Bohn, Stafleu en Van Loghum.

Deel deze pagina