UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Daniël de Moulin

Levensschets

Daniël de Moulin wordt op 12 september 1919 geboren in Buitenzorg op Java in het toenmalige Nederlands Indië. In 1939 begint hij met zijn studie geneeskunde te Utrecht. Hij is actief in het studentenverzet en weigert in 1943 een loyaliteitsverklaring aan de Duitse bezetters te ondertekenen. In 1943 ontvlucht hij Nederland om via België, Frankrijk, Spanje en Portugal naar Engeland te varen. In 1944 meldt hij zich aan bij het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (KNIL). Na de oorlog hervat hij zijn studie geneeskunde die in 1949 wordt afgesloten met het artsexamen. Hij trouwt met Jannie Luit. Na te zijn opgeleid als chirurg bij Moeys in Tilburg vestigt hij zich in 1956 als chirurg in het Sint Liduïna Ziekenhuis te Boxtel. In 1964 promoveert hij cum laude op het proefschrift De heelkunde in de vroege middeleeuwen. In hetzelfde jaar wordt hij benoemd tot lector in de algemene heelkunde aan de medische faculteit van het St Radboudziekenhuis te Nijmegen. Zijn openbare les uit 1967 draagt als titel Pijn en tijd. In 1971 vestigt hij zich weer als chirurg te Boxtel en wordt hij benoemd tot buitengewoon lector in de geschiedenis van de geneeskunde. In 1972 wordt hij directeur van het Instituut Geschiedenis der Geneeskunde (IGG). In 1980 volgt zijn benoeming tot gewoon hoogleraar in de geschiedenis van de geneeskunde. Tijdens een bezoek als visiting professor aan de Johns Hopkins University te Baltimore wordt hij in 1988 overvallen en beroofd. Door een ernstige contusio cerebri raakt hij blijvend invalide. In 1989 neemt hij afscheid als hoogleraar met een voor hem georganiseerd symposium over Nederlandsche Geneeskunde in de Indische Archipel (1816-1942). Hij overlijdt op 9 februari 2002 te Boxtel (N.-B.).

Betekenis

Daniël de Moulin was in de eerste plaats arts en chirurg en in de tweede plaats medisch historicus. Op beide terreinen heeft hij zijn sporen rijkelijk verdiend. Hij was een kundig chirurg die vaak de lastigste operaties voor zijn rekening nam. Met dezelfde precisie waarmee hij opereerde beoefende hij zijn grote liefde, de geschiedenis van de geneeskunde. Hij schreef onder meer over historische aspecten van de algemene chirurgie, de vaatchirurgie, borstkanker, appendicitis, bloedtransfusies, steensnijden en sport. Zijn A History of Surgery: with Emphasis on the Netherlands uit 1988 is internationaal bekend. De geschiedenis van Huize Heyendael op de Nijmeegse campus is eveneens door hem op schrift gesteld. Hij had een speciale interesse voor de geschiedenis van de Nederlandse koloniale geneeskunde. Hij heeft zich enorm ingezet voor de verdere professionalisering van de geschiedenis van de geneeskunde. Van 1968 tot 1972 was hij voorzitter van het Genootschap voor de Geschiedenis van de Geneeskunde, Wiskunde en Natuurwetenschappen (GEWINA). Hij was actief in bijna alle grote internationale verenigingen op medisch-historisch terrein. Het door hem opgerichte Instituut Geschiedenis der Geneeskunde werd in korte tijd nationaal en internationaal bekend. Daniël de Moulin onderhield persoonlijke contacten met tal van collega´s in binnen- en buitenland. Het instituut beschikte over een grote collectie boeken en overdrukken van artikelen die hij door student-assistenten op voorgedrukte kaarten in drie talen (Frans, Duits en Engels) liet aanvragen. Ook was hij een verzamelaar van historische afbeeldingen en dia’s. Hele generaties Nijmeegse medische studenten zullen zich De Moulin herinneren als een echte professor, als een stijlvol en toegewijd leermeester die zijn colleges steevast verluchtigde met mooie afbeeldingen. Zijn stijl van doceren was afgestemd op de behoefte van medische studenten. Zijn colleges waren vooral boeiende en aansprekende verhalen over grote ontdekkingen en ontdekkers op het terrein van de medische geschiedenis.

Medisch-historische Club D. de Moulin

Jong geleerd is oud gedaan, zal Daniël de Moulin hebben gedacht. In 1970, nog voor zijn benoeming tot buitengewoon lector, verenigde hij een groep medische studenten om zich heen en werd de Werkgroep Geschiedenis van de Geneeskunde opgericht. Ondergetekende was gedurende enkele jaren de organisator van deze studentenclub. We kwamen een keer of acht per jaar bijeen. Studenten refereerden dan het door De Moulin aangedragen materiaal. We begonnen met een historisch overzicht van de geschiedenis van de geneeskunde in een tiental perioden. Later richten we onze aandacht op onderwerpen als diabetes, de ontdekking van de bloedsomloop door William Harvey, het psychiatrisch-nosologische werk van Philippe Pinel, de betekenis van Rudolf Virchow voor de pathologie en de sociale geneeskunde. Later voegden zich ook historisch geïnteresseerde docenten van de medische faculteit bij de werkgroep. In 1972 werd de werkgroep omgezet in een Medisch-Historische Club. Vanaf nu werden voornamelijk gastsprekers van buiten uitgenodigd en was de organisatie in handen van het Instituut Geschiedenis der Geneeskunde. Tal van medisch-historische onderwerpen zijn in de loop der tijd aan de orde gesteld. Daniël de Moulin was steeds de deskundige op de achtergrond. Want hij was behalve nauwgezet ook bescheiden. Als hij zelf een voordracht hield had hij zich altijd heel conscientieus ingewerkt in het thema. Was hij niet goed thuis in een bepaald thema, dan liet hij zich – omgekeerd - niet gemakkelijk verleiden tot een inbreng. Een kritische houding ten aanzien van historische bronnen en een wetenschappelijke onderbouwing stonden bij hem hoog in het vaandel. De in het voorjaar van 2007 opgerichte Medisch-historische Club D. de Moulin plaatst zich door haar naamgeving uitdrukkelijk in deze Nijmeegse traditie. Doel is het stimuleren van de interesse voor de geschiedenis van de geneeskunde in het UMC St Radboud en daarbuiten. Drie à vier keer per jaar wordt een symposium georganiseerd met enkele historische voordrachten, een voordracht over de actuele relevantie van het thema en met ruimschoots tijd voor debat.

Dr. Wim Dekkers