UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Voorbereiding

Thuis voorbereiden

Het is van belang uw kind goed voor te bereiden op de opname in het ziekenhuis, operatie of onderzoek en anesthesie. Door een goede voorbereiding raakt uw kind bekend met het ziekenhuis en heeft hij na ontslag meestal minder last van angsten en spanningen. Voor een kind is het prettig als de voorbereiding thuis gebeurt, door de ouders zelf. U weet het beste hoe zijn fantasiewereld eruitziet. U kent zijn woordgebruik en weet uit ervaring hoe u het beste één en ander aan hem kunt uitleggen. Natuurlijk kunt u de pedagogisch medewerker of de verpleegkundige van de afdeling om advies vragen. Het is ook mogelijk om er alvast een kijkje te gaan nemen. Hiervoor kunt u een afspraak maken met de verpleegkundige van de afdeling.

Adviezen ter voorbereiding

  • Wacht niet tot vlak voor de opname met voorbereiden. Begin ook weer niet te vroeg. Het kan onnodige spanningen oproepen bij uw kind. Bij jonge kinderen start u enkele dagen van tevoren.
  • Vertel uw kind waarom hij naar het ziekenhuis moet en hoe het er allemaal aan toegaat. Vertel uw kind alleen wat hij bewust gaat meemaken. Leg alles zo eenvoudig mogelijk uit, maar geef wel eerlijke informatie.
  • Aan kleine kinderen kunt u uitleggen dat de ‘slaapdokter’ hem in een ‘toverslaap’ brengt, waarbij hij tijdens de slaap niets kan voelen, ruiken of horen.
    De ‘slaapdokter’ kan uw kind na de operatie of het onderzoek ook weer uit de ‘toverslaap’ halen; door tegen hem te roepen of over zijn wangen te wrijven.
  • Vertel uw kind niet alles in één keer, maar kom er een paar keer op terug. Een kind moet de mogelijkheid krijgen nieuwe informatie te verwerken.
  • Kleine kinderen begrijpen een ziekenhuisopname beter als u er een spel van maakt (pop of beer, dokterssetje, verkleedkleren). Ga samen de beer opereren en gebruik bijvoorbeeld een eierdoosje als masker waar de beer in moet blazen om in de ‘toverslaap’ te komen. Plak een pleister op de beer waar uw kind een pleister krijgt. Laat de beer gerust verdrietig zijn, maar stel wel iets positiefs in het vooruitzicht.
  • Door samen te spelen, te tekenen of een boekje over het ziekenhuis te lezen, komt u erachter hoe uw kind over de opname denkt en kunt u zijn fantasieën zo nodig bijsturen.
  • Vertel uw kind dat hij pijn of verdriet kan hebben, maar praat ook over de leuke dingen in het ziekenhuis. Uw kind kan bijvoorbeeld spelen met andere kinderen of knutselen.
  • Geef uw kind de gelegenheid om er nog eens op terug te komen.
  • Betrek bij de voorbereiding ook de eventuele andere kinderen uit het gezin.
  • Pak samen met uw kind zijn tas of koffer in met spulletjes voor het ziekenhuis. Laat hem ook zijn lievelingsspeelgoed, knuffel of bijvoorbeeld een foto van het gezin meenemen.
  • Zeg uw kind dat het na de opname weer naar huis komt. Leg samen alvast thuis zijn kleren klaar die hij kan aantrekken bij thuiskomst.
  • Vertel uw kind dat u dan slingers ophangt, omdat het ‘thuiskomen’ ook een beetje een feest is.

Literatuur

De volgende boeken kunt u als hulpmiddel gebruiken om uw kind voor te bereiden.
Peuters:

  • Nijntje in het ziekenhuis (Dick Bruna - Uitgeverij Bruna).
  • Lassa gaat naar het Ziekenhuis (ISBN 978 90 77990 18 6). Een prentenboek voor kinderen vanaf twee jaar.

Kleuters:

  • Naar het ziekenhuis (Herma Vergouwe en Karen Bodenhausen - Uitgeverij Veen).
  • Jaap de aap in het ziekenhuis (Margreet van Bergen en Mechelien van Gaalen - Uitgeverij Kosmos).

Kinderen vanaf zes jaar:

  • Wat doen ze met me in het ziekenhuis (Claire Ciliotta en Claire Livingston - Uitgeverij Elsevier).
  • Marc gaat naar het ziekenhuis (Viviane Matzen en Lidwien Zoetmulder - Uitgeverij de Tijdstroom).
  • Doktertje spelen (Ivan Wolffers - Uitgeverij de Fontein).

Ouders:

  • Ziek zijn en spelen (Suzanne Stöcklin-Meier - Uitgeverij Intro).
  • Je kind in het ziekenhuis, wat kun je als ouder doen? (Magreet van Bergen en Mechelien van Gaalen - Uitgeverij Kosmos).

Verder kunt u ook het fotoboek op deze website gebruiken voor uitleg van de gang van zaken in het ziekenhuis.
Meer suggesties vindt u op www.kindenziekenhuis.nl.

Meenemen

  • Verzekeringsbewijs en een wettelijk identificatiebewijs (paspoort of identiteitskaart). Kinderen vanaf 14 jaar moeten een eigen identificatiebewijs hebben. Kinderen jonger dan 14 jaar kunnen zich identificeren met een eigen identiteitsbewijs of een identiteitsbewijs van één van de ouders, aangevuld met een verzekeringspas van het kind.
  • Het medicatie-overzicht (dat u van uw apotheek heeft gekregen) en de medicijnen die uw kind gebruikt.
  • Nachtkleding en voldoende kleding voor overdag. Overdag dragen de kinderen meestal geen nachtkleding.
  • Ondergoed.
  • Tandenborstel (voorzien van naam), tandpasta, zeep, kam.
  • Knuffel of lievelingsspeelgoed.
  • Een familiefoto.

Als uw kind flesvoeding krijgt, breng dan geen flessen en spenen van thuis mee. Uw kind drinkt in het ziekenhuis uit een steriele fles en speen. Het ziekenhuis verstrekt flessen en spenen, waarbij u de keuze hebt uit acht verschillende spenen.

Besmettelijke ziekten

Heersen in de omgeving van uw kind besmettelijke kinderziekten (zoals waterpokken) of andere infectieziekten? Wilt u dan zo vriendelijk zijn vóór opname contact op te nemen met de afdeling?
Als uw kind zelf zo’n ziekte heeft, of er pas geleden mee in aanraking is geweest, gaat de opname waarschijnlijk niet door. Uw kind zou dan andere kinderen ziek kunnen maken. Sommige zieke kinderen zijn extra vatbaar voor besmetting. Het is daarom ook belangrijk dat u het meldt als in uw directe omgeving een dergelijke ziekte voorkomt tijdens de opname.

MRSA besmetting

In buitenlandse ziekenhuizen en bij varkens- en vleeskalverenhouderijen kan een bacterie voorkomen die niet meer gevoelig is voor de gebruikelijke antibiotica (meticilline resistente Staphylococcus aureus, kortweg MRSA). Om mogelijke MRSA besmetting te voorkomen, moet u vóór de afspraak op de polikliniek contact opnemen met de verpleegafdeling, als:

  • u in de afgelopen twee maanden in een buitenlands ziekenhuis opgenomen bent geweest of behandeld bent op een spoedeisende hulp.
  • u (of iemand uit uw gezin) woonachtig of werkzaam bent/is op een bedrijf waar u/hij in contact komt met levende varkens of levende vleeskalveren.

snel naar

Deel deze pagina