UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Behandeling of onderzoek onder anesthesie

Sommige kinderen worden opgenomen voor een behandeling of onderzoek onder algehele anesthesie (narcose). Ook een operatie valt hieronder. Voor deze ouders en kinderen is de volgende informatie in het bijzonder van belang.

Operatietijdstip

Als uw kind op een kinderafdeling wordt opgenomen, kan de arts of verpleegkundige u vertellen hoe laat de ingreep of het onderzoek de volgende dag plaatsvindt. Dit gebeurt op de dag vóór de behandeling of het onderzoek. Het tijdstip kan in een enkel geval nog veranderen, als een spoedoperatie bij een andere patiënt voorrang heeft. We proberen dit uiteraard te voorkomen.

Wordt uw kind op de Chirurgische Dagbehandeling opgenomen? Dan belt u twee dagen vóór de opname tussen 10.30 en 12.00 uur naar de afdeling voor de definitieve tijd dat we u en uw kind verwachten. Het telefoonnummer is (024) 366 63 72. Ook hoort u dan hoe laat de operatie ongeveer plaatsvindt.

Voorbereiding op de ingreep

De meeste kinderen krijgen bij opname vaak nog een onderzoek door een arts-assistent of coassistent. Verder zijn geen extra medische en verpleegkundige voorbereidingen nodig voor eenvoudige ingrepen of onderzoeken. Wel moet de huid schoon zijn. Daarom is het goed vooraf uw kind te laten douchen en eventueel nagellak te verwijderen.
Bij grote chirurgische ingrepen zijn vaak wel extra voorbereidingen nodig, zoals bloed prikken of laxeren. Hierover krijgt u informatie van de behandelend arts of verpleegkundige.

Nuchter blijven

Uw kind moet een aantal uren voor de ingreep of het onderzoek ‘nuchter’ blijven, dat wil zeggen dat het niets mag eten en drinken. Dit is belangrijk om te voorkomen dat uw kind tijdens de anesthesie overgeeft en er dan misschien maaginhoud in zijn longen komt. Sommige kinderen ervaren het niet mogen eten of drinken als een straf. Leg uw kind daarom de reden uit. U kunt hem vertellen dat anders de misselijkheid toeneemt als hij weer wakker wordt en dat dát niet prettig is.
Hoe lang uw kind voor de anesthesie geen vast voedsel (licht verteerbaar voedsel, melkproducten, (moeder)melk babyvoeding, sondevoeding gebakken of vet voedsel) mag hebben hangt af van zijn leeftijd:

  • 0 – 6 maanden:  4 uur
  • Vanaf 6 maanden: 6 uur

Omdat het voor kinderen onplezierig is om lang nuchter te zijn, mogen zij zes uur vóór de anesthesie nog een sneetje brood, een cracker of een beschuitje hebben met zoet beleg en een melkproduct. Maaltijden die gebakken zijn of vet voedsel mogen minimaal 8 uur vóór de ingreep niet meer worden genuttigd.
Verder mogen kinderen  tot twee uur vóór de ingreep nog waterige vloeistoffen drinken zoals water, appelsap, aanmaaklimonade of glucosewater, maar géén koolzuurhoudende dranken meer en melkproducten.
Als uw kind meer of minder uren nuchter moet blijven, hoort u dat van de anesthesioloog.

Premedicatie

De anesthesioloog spreekt af of uw kind vóór de operatie nog een slaaptablet, -drankje of zetpil (premedicatie) moet krijgen. Bij kleine operaties krijgen kinderen vaak alleen een pijnstiller. De premedicatie neemt de angst een beetje weg en maakt uw kind alvast een beetje slaperig. Daarom moet hij eerst nog even plassen. Vóór het innemen van de premedicatie, krijgt uw kind een pyjamajasje van het ziekenhuis aan en moet hij sieraden (en eventuele piercings) afdoen. Vanaf dat moment mag hij niet meer uit bed. Zo rijden we hem naar de operatiekamer of de onderzoeksafdeling. Uw kind mag zijn knuffel, lievelingsspeeltje of een speentje meenemen. Zorgt u er wel voor dat het schoon is en er een sticker op zit met de naam van uw kind en de afdeling?
Grotere kinderen krijgen in de voorbereidingsruimte een OK-muts op.

Begeleiding door de ouders

U kunt als ouder meegaan naar de operatiekamer of de onderzoeksafdeling om uw kind te begeleiden bij de inleiding van het in slaap brengen (anesthesie). Ook kunt aanwezig zijn bij het ontwaken van uw kind op de verkoeverafdeling (uitslaapkamer). De operatie van uw kind kunt u niet bijwonen.
Eén ouder mag aanwezig zijn om zijn of haar kind te begeleiden bij de inleiding van de anesthesie. Een ouderbegeleider, verpleegkundige of pedagogisch medewerker begeleidt u hierbij. Het is van belang dat u goed op de hoogte bent van wat u kunt verwachten voor en tijdens de inleiding. Deze informatie vindt u in de brochure Behandeling of onderzoek onder anesthesie bij kinderen.

De anesthesioloog kan besluiten dat u niet bij de inleiding aanwezig kunt zijn, om medische redenen of in het belang van maximale veiligheid van uw kind.
Op de operatiekamer en de verkoeverkamer gelden speciale kledingvoorschriften. Een ouderbegeleider gaat met u mee om u wegwijs te maken en vertelt waar u zich kunt omkleden.

Adviezen

Voor of tijdens de anesthesie kunnen de volgende adviezen u steun geven.

  • Het is begrijpelijk dat u zich voor of tijdens de inleiding van de anesthesie onzeker voelt of bang bent. Laat dit niet aan uw kind merken. U bent degene waarop uw kind steunt.
  • Stimuleer uw kind om goed naar de uitleg van de anesthesioloog te luisteren.
  • We brengen uw kind liggend of zittend in slaap. U kunt gewoon naast hem zitten. In sommige gevallen mag uw kind zelfs bij u op schoot zitten, als de anesthesioloog dit veilig vindt.
  • Een normale inleiding duurt ongeveer één minuut. Sommige ouders beleven deze minuut als lang, andere weer als kort. Praat rustig en zachtjes tegen uw kind. Gebruik zijn eigen (lievelings)woordjes of houd zijn hand vast.
  • Als uw kind tegenstribbelt, overtuig hem er dan van dat dit nu echt even moet. Ga dit niet eindeloos met hem bespreken. Vooraf kunt u een afspraak maken met uw kind hoe u de inleiding samen doet (bijvoorbeeld in uw handen knijpen of in uw ogen kijken).
  • Zeg tegen uw kind dat u blijft wachten tot de operatie of het onderzoek voorbij is, en dat u er weer bent om hem terug te brengen naar zijn kamer als hij wakker wordt.

Gedragingen

Sommige kinderen vallen bij een inleiding niet gewoon in slaap, maar kunnen de volgende gedragingen of kenmerken vertonen:

  • Onrustig worden of juist heel slap (ontspannen) zijn.
  • Gaan slaan of trekken met armen of benen.
  • Met de ogen draaien of soms blijven ze open staan, ondanks dat uw kind al in slaap is gevallen.
  • Bleek wegtrekken.
  • Hoesten.
  • Een snelle en oppervlakkige ademhaling, waarna hij de ademhaling kortdurend inhoudt.

Schrik hier niet van. Deze gedragingen zijn normaal en komen vaak voor. Bovendien merkt het kind er zelf niets van, omdat hij al bijna in slaap is.

Anesthesie

Jongere kinderen brengen we meestal in slaap met een masker. Het anesthesiegasmengsel vinden kinderen over het algemeen niet lekker ruiken. U kunt bij de voorbereiding aan uw kind uitleggen dat hij deze geur kan wegblazen. Thuis oefent u dat alvast.
Oudere kinderen, vanaf ongeveer zeven jaar, kunnen vaak kiezen hoe ze in slaap worden gebracht: met een prikje of met een masker. De plaats waar een kind de prik krijgt, kunnen we vooraf verdoven met een speciale crème (toverzalf). U kunt de keuze van uw kind thuis met hem bespreken.

Verkoeverafdeling

Na de operatie of het onderzoek brengt de anesthesioloog uw kind naar de verkoeverafdeling om wakker te worden.
Een kind komt soms heel onrustig uit de anesthesie. Hij kan zich gedragen zoals bij de inleiding van de anesthesie. Deze onrust kan twee tot twintig minuten duren. Uw kind ervaart deze onrust zelf niet. Een kind kan in dit stadium ineens erg bleek of juist rood gaan zien of gaan hoesten. Al deze reacties zijn normaal. Het is belangrijk om uw kind in deze fase niet te storen. Uw kind wordt ook het snelst wakker als u hem met rust laat.

Ouders op de verkoeverafdeling

U kunt als ouder aanwezig zijn bij het ontwaken van uw kind uit de anesthesie op de verkoeverafdeling. Het is fijn dat hij één van zijn ouders ziet bij het openen van zijn ogen. In het begin valt hij vaak opnieuw in slaap. De verpleegkundige of anesthesioloog roept u bij uw kind zodra uw kind van de operatiekamer is gekomen en aangesloten is aan de bewakingsapparatuur.
Als u bij uw kind op de verkoeverafdeling wilt zijn, is het heel belangrijk dat u op de hoogte bent van de gang van zaken op deze afdeling. Deze informatie vindt u in de brochure Behandeling of onderzoek onder anesthesie bij kinderen.

Vanwege de rust op de afdeling, kan één ouder of begeleider bij uw kind aanwezig zijn. Daarom mag u tussendoor ook niet wisselen. Het is handig als u vóóraf afspreekt wie van u uw kind op de verkoeverafdeling begeleidt, zodat u dat niet meer ter plaatse hoeft te overleggen.
Ouders van couveusekinderen kunnen hun kindje niet bijstaan op de verkoeverafdeling.

Terug op de afdeling

Als uw kind een grotere operatie heeft ondergaan, heeft hij na de operatie misschien een infuus, maagsonde, of andere dunne buisjes. Het is belangrijk dat uw kind dit al vóór de operatie weet. De verpleegkundige informeert u hierover.
Kinderen kunnen na de operatie wat slaperig of misselijk zijn. Ze zien soms bleek en hebben over het algemeen veel dorst. Overleg met de verpleegkundige of uw kind mag drinken.
Na een grote operatie kunt u als ouders beter alleen naar uw kind komen. Broers en zussen kunnen een tekening of foto meegeven, om zo toch een beetje dichtbij te zijn. Als uw kind zich wat beter voelt, zijn andere familieleden of kennissen natuurlijk welkom tijdens het bezoekuur.

Pijnbehandeling na de operatie

We willen dat uw kind na de operatie zo min mogelijk pijn heeft. Daarom is het belangrijk dat uw kind, of u als ouder, aangeeft hoe het met de pijn is. De arts en verpleegkundige geven u informatie over het verminderen of het voorkomen van pijn na operatie of onderzoek.
De anesthesioloog spreekt vóór de operatie of onderzoek al af welke pijnstilling uw kind krijgt na de operatie of onderzoek. De pijnmedicatie geven we op vaste tijden, waardoor een continu pijnstillend effect ontstaat.
Het is belangrijk dat uw kind, of u als ouder, regelmatig aan de verpleegkundige of arts laat weten hoe het met de pijn is, en of de pijnstillers goed helpen.

Hiervoor gebruiken we een pijnscorelijst, waar u en uw kind vooraf uitleg over krijgen. Ook hebben kinderen die vaak naar het ziekenhuis moeten een pijnpaspoort om hun wensen op te schrijven op welke wijze zij bij vervelende onderzoeken of behandelingen de pijn willen voorkomen.

snel naar

Deel deze pagina