UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Urodynamisch onderzoek

Voorbereiding

Als uw kind een volle blaas heeft, moet het een plas doen op een speciaal toilet om de kracht van de straal meten. Hierna gaat uw kind met ontbloot onderlichaam op een onderzoektafel liggen. De verpleegkundige sluit eerst de meetapparatuur aan. Er worden drie plakelektrodes bevestigd, één op de rug en één op iedere bil, vlakbij de anus. De plakelektrodes zien er uit als pleisters met een draadje eraan. Met de elektrodes is de activiteit van de bekkenbodemspieren te meten. Dit zijn de spieren die zich aanspannen bij het ophouden van de plas.

Aanbrengen katheter

De verpleegkundige brengt een dun slangetje aan in de anus: een drukmeetkatheter met een doorsnede van 1½ mm. Het inbrengen voelt aan als het opnemen van de temperatuur met een thermometer. De katheter wordt met een pleister vastgeplakt zodat hij goed blijft zitten. Met de katheter is de druk in de buikholte te meten.
Daarna start de verpleegkundige met het inbrengen van de blaaskatheter. Uw kind gaat hiervoor op de rug liggen. Jongens kunnen de benen gewoon plat neerleggen. Meisjes moeten de knieën optrekken en de benen goed uit elkaar houden.
De huid rondom het plasgaatje wordt schoongemaakt met steriele watten. Vervolgens brengt de verpleegkundige een dun slangetje via de plasbuis in de blaas. Als het kind de beentjes goed slap houdt, gaat het inbrengen van dit slangetje het gemakkelijkst.

Hoe voelt het?

Het gevoel tijdens het inbrengen varieert sterk van kind tot kind. Sommige kinderen vinden dat het kriebelt, anderen vinden het een beetje vervelend en sommigen vinden het eventjes pijn doen. Wanneer het slangetje eenmaal op zijn plaats zit, voelt uw kind hier nauwelijks meer iets van. Ook dit slangetje wordt met een pleister vastgeplakt. Als uw kind (of u als ouder) zelf kan katheteriseren, dan mag het kind of u de blaaskatheter zelf inbrengen.

Meting van de blaasdruk

De blaas wordt vervolgens door dit slangetje gevuld met steriel water van 37 graden Celsius. Dit vullen duurt vijf tot twintig minuten, afhankelijk van de grootte van de blaas. Het is belangrijk dat uw kind hierbij rustig blijft liggen. Als de blaas vol raakt, krijgt uw kind plasdrang en wordt het vullen gestopt. Soms moeten we de blaas nog een keer vullen. Als uw kind dit kan, dan mag het een plas doen op de speciale toilet die op de onderzoekkamer staat. Bij baby’s en kleine kinderen stoppen we als er urineverlies  optreedt.   
Het onderzoek is nu klaar. De pleisters gaan er af en uw kind kan zich weer aankleden.

Nazorg

Na een urodynamisch onderzoek kan bij het plassen een branderig gevoel ontstaan. Geef uw kind daarom na het onderzoek de eerste 24 uur extra te drinken. Het branderige gevoel gaat dan door het vele plassen snel over. Wanneer het niet overgaat of er blijft een toegenomen aandrang om te plassen, neem dan contact op met de behandelend arts of de huisarts.