Een ureter(re)implantatie is nodig wanneer de urine van de blaas terugstroomt naar de nieren (reflux). De urineweginfecties die hierdoor ontstaan, kunnen de nieren van het kind beschadigen. Wanneer de overgang van de urineleider (ureter) naar de blaas te nauw is, stroomt
de urine moeilijk naar de blaas. Door de hoge druk in het afvoersysteem, kan beschadiging van de nier ontstaan. Een ureter(re)implantatie zorgt ervoor dat urineweginfecties en beschadiging van de nieren worden voorkomen. Na de operatie heeft uw kind meestal een uretersplint (dun slangetje) in de geopereerde urineleider, een blaaskatheter en een morfine-infuus. De morfine bouwen we meestal af op de dag na de opertie. Als de toediening van morfine gestopt kan worden, kunnen we ook de blaaskatheter verwijderen.
Nazorg
Uw kind mag thuis weer bijna alles doen. Afhankelijk van hoe uw kind zich voelt kan hij weer naar school. Alleen gymnastiek, sportbeoefening, stoeien, vechten en zwemmen zijn de eerste drie weken na de operatie niet toegestaan.
Uw kind mag gewoon douchen of in bad gaan. Het is niet nodig om een pleister op de wond te plakken, maar als uw kind dit prettig vindt, mag het wel. De hechtingen lossen vanzelf op.
Het kan zijn dat uw kind de eerste dagen na de ingreep nog pijn heeft. Daarom is het belangrijk dat u hem thuis pijnmedicatie geeft, zoals beschreven in de folder Behandeling of onderzoek onder anesthesie bij kinderen. De behandelend arts vertelt u hier meer over.
Wilt u contact opnemen met het ziekenhuis als:
- uw kind koorts krijgt;
- uw kind pijn houdt of krijgt bij het plassen;
- de urine erg gaat ruiken;
- de pijn niet verdwijnt na het gebruik van paracetamol;
- het wondgebied erg rood of gezwollen wordt.