De uroloog heeft na onderzoek vastgesteld dat er een vernauwing bestaat op de overgang van de nier naar de urineleider. Met een pyelumplastiek halen we de vernauwing weg van de overgang van het nierbekken naar de urineleider. De kinderuroloog bepaalt tijdens de operatie het aantal en soort katheters dat uw kind krijgt. Na de operatie heeft uw kind meestal katheter in de nier (een nefrostomiekatheter), een blaaskatheter en een morfine-infuus. De morfine bouwen we meestal af op de dag na de opertie. Als de toediening van morfine stopt, verwijderen we ook de blaaskatheter.
Nazorg
Uw kind mag gewoon douchen of in bad gaan. Het is niet nodig om een pleister op de wond te plakken, maar dit mag wel als uw kind het prettig vindt. De hechtingen lossen vanzelf op.
Het kan zijn dat uw kind de eerste dagen na de ingreep nog pijn heeft. Het is belangrijk dat u uw kind hiervoor pijnmedicatie geeft, zoals beschreven in de folder Behandeling of onderzoek onder anesthesie bij kinderen. De behandelend arts vertelt u hier meer over.
Wilt u contact opnemen met het ziekenhuis als:
- uw kind koorts krijgt;
- uw kind pijn houdt of krijgt bij het plassen;
- de urine erg gaat ruiken;
- de pijn niet verdwijnt na het gebruik van paracetamol;
- het wondgebied erg rood of gezwollen wordt.