UMC St Radboud

Laat deze pagina voorlezen
print
Diagnostiek t.b.v. therapierespons

Info

Op deze pagina zijn alle diagnostische testen te vinden, waarvan de uitslag therapeutische consequenties heeft. Al deze testen hebben dan ook een korte uitslagtermijn (1-2 weken).

Mammacarcinoom ERBB2 (HER2/neu)

ERBB2 (HER2/neu) amplificatie

Methode: Met behulp van fluorescente in-situ hybridisatie (FISH) wordt het ERBB2 gen en de centromeer van chromosoom 17 gevisualiseerd. Vervolgens wordt van minimaal 20 tumorkernen de verhouding tussen het aantal ERBB2 genen en het aantal centromeren van chromosoom 17 bepaald. Een ratio van (aantal ERBB2 genen / aantal chromosoom 17 centromeren) ≥2 wordt beschouwd als ERBB2 amplificatie; een ratio van <2 als geen ERBB2 amplificatie.

Uitslagtermijn: 1-2 weken.

Materiaal: Gefixeerd en paraffine-ingebed weefsel 
                 aanvraagformulier (PDF)

Achtergrond: In 15-20% van de mammacarcinomen  is het ERBB2 proto-oncogen (ook bekend onder de naam HER2/neu) op chromosoom 17 geamplificeerd. Dit resulteert in overexpressie van erbB-2 en dit is geassocieerd met een verhoogde kans op het terugkeren van borstkanker en met een slechtere prognose. Het erbB-2 eiwit is dan ook een target voor borstkanker behandeling (Trastuzumab, een antilichaam dat interfereert met erbB-2 functie). Het testen voor ERBB2 amplificatie heeft dus een prognostische waarde en voorspelt het aanslaan van behandeling met Trastuzumab.

Colorectaalcarcinoom KRAS

KRAS mutatie-analyse codon 12, 13 en 61

Methode: Met behulp van PCR worden KRAS exonen 2 en 3 geamplificeerd. Van weefsels met ≤ 40% verdachte cellen wordt KRAS exon 2 m.b.v. een COLD-PCR geamplificeerd. Vervolgens wordt de genetische code bepaald d.m.v. de Sanger sequentie methode.

Detectielimiet: De betrouwbaarheid van een negatieve uitslag vermindert bij een tumorcelpercentage ≤ 10% voor codon 12 en 13 en ≤ 40% voor codon 61.

Uitslagtermijn: 1-2 weken.

Materiaal: - Gefixeerd en paraffine-ingebed weefsel 
                 (Bij neoadjuvant therapie, het biopt voor therapie insturen)
                 aanvraagformulier (PDF)
 
Achtergrond: Een deel van de colorectaalcarcinomen zijn tegenwoordig behandelbaar met op epidermal growth factor receptor (EGFR) gerichte therapieën. Het Ki-Ras eiwit functioneert in de signaaltransductie downstream van EGFR. Tumoren met een activerende mutatie in het KRAS gen (codon 12, 13 en 61) reageren relatief slecht op bovengenoemde therapieën.

Niet-kleincellig longcarcinoom EGFR en KRAS

Bij niet-kleincellig loncarcinoom worden twee moleculaire testen aangeboden:

1. mutatie-analyse van EGFR exon 18-21 en KRAS codon 12, 13, 61

Methode: Met behulp van PCR worden van KRAS exonen 2 en 3 en van EGFR exonen 18, 19, 20 en 21 geamplificeerd. Van weefsels met ≤ 40% verdachte cellen wordt KRAS exon 2 m.b.v. een COLD-PCR geamplificeerd. Vervolgens wordt de genetische code bepaald d.m.v. de Sanger sequentie methode.

Detectielimiet: De betrouwbaarheid van een negatieve uitslag vermindert bij een tumorcelpercentage ≤ 10% voor KRAS codon 12 en 13 en ≤ 40% voor EGFR en KRAS codon 61.

Uitslagtermijn: 1-2 weken.

Materiaal: - Gefixeerd en paraffine-ingebed weefsel
                 - Cytologisch materiaal 
                 (Er dient rekening mee te worden gehouden dat
                 cytologisch materiaal - gedeeltelijk - wordt verbruikt)
                 aanvraagformulier (PDF)

Achtergrond:
Een deel van de niet-kleincellige longcarcinomen (met name adenocarcinomen) zijn behandelbaar met op de epidermal growth factor receptor (EGFR) gerichte middelen. Het gaat hierbij om kleine tyrosine kinase inhibitors (TKI’s). Sommige mutaties in EGFR zijn geassocieerd met een verhoogde respons op EGFR-TKI’s (in-frame deleties in exon 19 en p.Leu858Arg in exon 21). Een mutatie die resistentie veroorzaakt tegen TKI’s is p.Thr790Met in exon 20. Ki-Ras functioneert in de signaaltransductie downstream van EGFR. Tumoren met een activerende mutatie in KRAS (codon 12, 13 en 61) reageren relatief slecht op bovengenoemde therapieën.

2. EGFR amplificatie

Methode: Met behulp van fluorescente in-situ hybridisatie (FISH) wordt het EGFR gen en de centromeer van chromosoom 7 gevisualiseerd. Vervolgens wordt van minimaal 20 tumorkernen de verhouding tussen het aantal EGFR genen en het aantal centromeren van chromosoom 7 bepaald. Een ratio van (aantal EGFR genen / aantal chromosoom 7 centromeren) ≥ 2.2 wordt beschouwd als EGFR amplificatie; een ratio <1.8 als geen EGFR amplificatie.

Uitslagtermijn: 1-2 weken.

Materiaal: Gefixeerd en paraffine-ingebed weefsel 
                 aanvraagformulier (PDF)

Achtergrond: Een deel van de niet-kleincellige longcarcinomen (met name adenocarcinomen) zijn behandelbaar met op de epidermal growth factor receptor (EGFR) gerichte middelen. Het gaat hierbij om kleine tyrosine kinase inhibitors (TKI’s). Tumoren met een amplificatie van EGFR (op chromosoom 7) zijn vaker afhankelijk van de EGFR pathway, waardoor zij relatief goed op EGFR-gerichte therapieën reageren.

Melanomen BRAF, NRAS en KIT

Mutatie-analyse BRAF codon 600, NRAS codon 13 en 61 en KIT exon 9, 11 en 13

Methode:
 Met behulp van PCR’s wordt van BRAF exon 15, van NRAS exon 2 en 3 en van KIT  exon 9, 11 en 13 geamplificeerd. Vervolgens wordt de genetische code bepaald d.m.v. de Sanger sequentie methode.

Detectielimiet: De betrouwbaarheid van een negatieve uitslag vermindert bij een tumorcelpercentage < 40%.

Uitslagtermijn: 1-2 weken.

Materiaal: Gefixeerd en paraffine-ingebed weefsel
                 aanvraagformulier (PDF)

Achtergrond: Ongeveer 80% van de melanomen heeft een specifieke activerende mutatie in het BRAF of NRAS gen. Mutaties in deze genen leiden tot activatie van de MEK-kinase pathway. Tumoren met dit type mutaties reageren derhalve relatief goed op therapie met een specifieke MEK-kinase inhibitor of een BRAF-kinase inhibitor (bij BRAF mutaties). Daarnaast heeft een klein percentage van de melanomen (< 10%) een mutatie in het KIT gen. Afhankelijk van het type mutatie zijn deze tumoren gevoelig voor therapie met tyrosine kinase inhibitors (TKI’s, zoals Imatinib of Sunitinib). Zowel mutaties geassocieerd met verhoogde respons op TKI therapie, als mutaties geassocieerd met resistentie tegen TKI’s zijn beschreven.

Gastro-intestinale stroma tumor (GIST) KIT en PDGFRA

Mutatie-analyse KIT exon 9, 11, 13, 14, 17 en PDGFRA exon 12, 14, 18

Methode: Met behulp van PCR worden van KIT exonen 9, 11, 13, 14 en 17 en van PDGFRA  exonen 12, 14 en 18 geamplificeerd.  Vervolgens wordt de genetische code bepaald d.m.v. de Sanger sequentie methode.

Detectielimiet: De betrouwbaarheid van een negatieve uitslag vermindert bij een tumorcelpercentage < 50%.

Uitslagtermijn: 1-2 weken.

Materiaal: Gefixeerd en paraffine-ingebed weefsel 
                 aanvraagformulier (PDF)

Achtergrond: Meer dan 90% van de GISTen heeft een specifieke activerende mutatie in het KIT of PDGFRA gen. Beide genen coderen voor receptor tyrosine kinases en verhoogde activiteit van deze eiwitten draagt bij aan tumor maligniteit. Patiënten met GIST en een mutatie in exon 9 of 11 van het KIT gen hebben een respons op therapie met tyrosine kinase inhibitors (TKI’s, zoals Imatinib of Sunitinib). Het effect van de mutaties in KIT (exon 13, 14 en 17) en PDGFRA (exon 12, 14 en 18) is afhankelijk van de mutatie. Zowel mutaties geassocieerd met verhoogde respons op TKI therapie, als mutaties geassocieerd met resistentie tegen TKI’s zijn beschreven.

Contact

T (024) 365 57 22
F (024) 361 66 58
E ltg@umcn.nl